Zonenieuws

 

ZONE NIEUWS :

 

 

Waarover gaat het?

Volgende zondag horen we in de liturgie de parabel van de Verloren Zoon, of misschien toch beter ‘de goede en barmhartige Vader’.

Jezus vertelt over een vader die 2 zonen had. Op een dag wil de jongste, vrijgevochten zoon van huis weggaan, vraagt zijn erfenis en vertrekt op avontuur naar een ver land. Hij springt kwistig om met zijn geld, en als er dan ook nog eens een hongersnood uitbreekt in dat land, moet hij aan de kost komen met het vuile werk tussen de varkens. En dan herinnert hij zich hoe goed hij het wel had thuis, en vanuit zijn diepe ellende keert hij terug. Zijn vader ziet hem al in de verte aankomen en wordt door medelijden bewogen. Hij ontvangt hem met open armen, geen spoor van verwijten, geen vermanende vinger. Neen, hij laat mooie kleren brengen en richt een groot feest aan. Maar daar is zijn oudste zoon niet blij mee. Die vindt dat zijn jongere broer veel meer mag en krijgt dan hij, die altijd thuis hard en plichtstrouw zijn werk heeft verricht. Nooit eens de bloemetjes buiten gezet! Hij wordt wrokkig, en vindt het een schande dat er gefeest wordt voor die nietsnut. Je kan de ondeugd toch niet belonen met zo’n uitbundig feest. Misschien vinden wij dat hij een beetje gelijk heeft, maar zo denkt die vader niet, hij toont alleen maar barmhartige liefde.

 

De vaderfiguur

De belangrijkste persoon in dit evangelie is evenwel niet de zoon, maar de oude vader. Zijn huis staat open voor beide zonen. Maar er is die spanning tussen beide broers. Zal de oudste binnen gaan om mee te feesten?

Jezus heeft echter die parabel niet bedoeld om een psychologisch familietafereel te schetsen.

Hij wil geen gezinssituatie ontleden, maar Hij heeft die parabel verteld om zijn eigen optreden tegenover zondaars van allerlei slag te rechtvaardigen. De Farizeeën en Schriftgeleerden morden daarover, dit klopte niet met hun visie op een rechtvaardige godsdienst. De voornaamste bedoeling van Jezus was iets te zeggen over de houding van God jegens de mensen, en over de houding van diegenen die Gods gedrag niet kunnen begrijpen. De parabel gaat over de mateloze liefde van God, zijn grote barmhartigheid, maar ook over de mogelijke houdingen van zijn kinderen.

De oudste zoon die nooit van huis is weggeweest, heeft moeite met de triomfantelijke terugkeer van zijn jonge broer. Hij is verbolgen over de vergeving en verzoening die de vader aan zijn jongste zoon aanbiedt. Hij die zich voorbeeldig en onberispelijk acht, is niet bereid te feesten met zijn broer die tot inkeer is gekomen. Nu de verloren zoon is teruggekeerd, weer levend is geworden, dreigt de oudste zoon verloren te gaan.

 

Ook vandaag

Even dit gegeven situeren in 2019: soms beseffen ouders niet de spanningen die tussen broers en zussen kunnen bestaan. Wanneer wij onze broers en zussen uit ons leven en uit ons hart bannen, dan gedragen ook wij ons een beetje als die oudste zoon van het evangelie.

Deze parabel is dus een uitdaging om vragen te stellen bij onze eigen levenshouding. Deze parabel wordt als een blijde boodschap gelezen, maar is tevens een oproep. Gelijken wij op die oudste zoon? Kunnen wij ons oprecht verheugen wanneer mensen zich verzoenen? Handelen wij in het Westen niet als die oudste zoon, als wij er moeite mee hebben dat aan landen uit de Derde Wereld de schuldenlast wordt kwijtgescholden?

Aanvaarden wij dat Jezus de zondaar die zich bekeert, liever ziet dan de rechtvaardige die meent geen bekering nodig te hebben? Bij elke toenadering of verzoening zullen er wel kankeraars zijn die niet kunnen aanvaarden dat mensen terug in de kring worden opgenomen. De verzoening die God schenkt en bewerkt, toont haar kracht telkens opnieuw wanneer mensen zich met elkaar verzoenen. Jezus zet de Farizeeën de Schriftgeleerden aan om te delen in zijn vreugde.

 

De terugkeer van de verloren zoon was een reden tot feest. Maar als de oudste niet wil meevieren, blijft er een lege plaats aan tafel, en gaat het feest niet echt door. Nochtans is het eigen aan een christen dat hij blijft kiezen voor vergeving en verzoening. Dit zijn fundamentele waarden voor de vooruitgang van de mensheid, en zijn tevens de samenvatting van het leven van Jezus.

Wat zou het mooi zijn als beide broers samen als blije en dankbare kinderen aan de feesttafel

zouden aanzitten met hun doorgoede vader, die door zijn pure en gratuite liefde sterk op God, de barmhartige Vader, gelijkt.

Raymond Decoster, deken

 

Carnaval is er weeral!

 

Ernst en humor

 

Nog een paar dagen, en tijdelijk gedaan met de lieve rust! Carnaval verovert dan de stad.

Vele honderden mensen zullen in Halle verkleed rondlopen, of ze verbergen zich achter een masker, zodat ze zich even iemand anders voelen. Een tijd van vermaak waarbij men een beetje vergeet wie men zelf is. Velen zullen zich hals over kop in die lawaaierige pret storten. Even ontsnappen uit dat eentonig dagelijks gedoe. Ze persen er alles uit om zoveel mogelijk te genieten, want die drie dagen gaan toch zo snel voorbij.

 

Het woord ‘carnaval’ zou kunnen afgeleid zijn van het Latijnse carrus navalis, wat letterlijk betekent: een schip-kar. Volgens het heidense volksgeloof zouden met dit voertuig de vruchtbaarheidsgoden na de strenge winter weer hun intocht doen in het land. Dit zou kunnen verklaren waarom heel wat carnavalwagens (de ‘chars’) nog de vorm van een boot hebben.

Een andere (christelijke) verklaring is dat carnaval afgeleid is van het Latijnse carmen levare, wat wil zeggen: het vlees opbergen. Anderen denken zelfs aan carne vale, wat betekent: gegroet vlees, het ga je goed.

Deze twee laatste verklaringen zouden dan te maken hebben met de vastentijd als een periode waarin geen vlees werd gegeten. In ieder geval toont dit aan dat het heidense volksfeest binnen de christelijke wereld een nieuwe plaats heeft gekregen. Ergens wordt op deze manier uitdrukking gegeven aan de spanning in het menselijk bestaan tussen ernst en uitbundigheid. Enerzijds drukt carnaval uit dat de vreugde een grondhouding is van de christen, dat wij de dingen weleens mogen en moeten relativeren, en dat humor een grote kracht is in het leven, dat we eens moeten kunnen lachen om niet in triestheid te verkommeren..

Anderzijds drukt de veertigdagentijd dan weer de ernst uit, en wil ze ons voor de broosheid van ons bestaan plaatsen. Het is een uitnodiging om onszelf terug te vinden in onze verhouding tot God, tot de medemens en de wereld.

 

Masker af?

Soms lijkt onze wereld op een ware carnaval, een groot toneel of zelfs een gemaskerd bal.

Want mensen doen lief, maar houden daarom niet echt van elkaar. Ze doen enthousiast, maar zijn diep in hun hart niet blij. Ze lijken voornaam en beleefd, maar bestrijden mekaar zo vaak.

En ja, soms doen we mee aan dat gemaskerd feest. Ik handel en wandel soms als een echt kuddedier…

Carnaval…met veel toeters en bellen en veel heisa wordt afscheid genomen van de winter.

De Gilles maken het nieuwe leven wakker en stampen de lente uit de grond. We zijn ervan overtuigd dat nu alles weer ‘anders’ gaat worden. En dat is goed als ‘anders zijn’ ook zou betekenen ‘beter zijn’. Maar dat is niet altijd zo, het blijft vaak te beperkt tot een doen alsof.

Veel mensen lopen niet enkel die paar dolle dagen met een masker, maar dragen dat ding het hele jaar door, symbolisch dan. Ze zijn niet altijd zoals ze zichzelf voordoen. Net een soort nep-juweel dat mettertijd lelijk uitslaat, maar een kleine diamant is van meer waarde dan een grote holle koperen ketel.

De echte waarde van een mens ligt in zijn ongeveinsde en onberekende liefde voor de anderen. De apostel Paulus schreef: “Als ik de liefde niet heb, ben ik een rinkelend bekken”. Alsof Paulus ook al eens de carnavalstoet onder zijn raam heeft zien en horen voorbij trekken.

 

Maar ondertussen zullen we ze weer graag verwelkomen, de Gilles van Halle, als ze volgende zondag in de basiliek om 09.44 u. hun kaars komen offeren voor een goed en veilig verloop van heel het carnavalgebeuren. We wensen het hen toe.

(Bijgaande foto’s zijn van vorig jaar, met dank aan fotograaf Gert Swillens)

Raymond Decoster, deken

 

 

Steun aan Guatemala

 

Cijfers en wetenswaardigheden

Met Broederlijk Delen steunen we dit jaar het Zuid-Amerikaanse land Guatemala, een land met 16,5 miljoen inwoners en driemaal zo groot als België. Het nationaal gerecht zijn de tortilla’s, en de munteenheid is de Quetzal, wat ook één van hun nationale symbolen is. De quetzal is een zeldzame vogel die je vindt in de wouden van Guatemala. Hij staat symbool voor vrijheid omdat die vogel sterft in gevangenschap.

De bevolking bestaat uit ongeveer 45% Maya’s en 45% latino’s en mestiezen, zeg maar halfbloed-Maya’s. Guatemala wordt het land van de eeuwige lente genoemd omdat de temperaturen er gedurende het jaar schommelen tussen 20 en 25 graden. Het regenseizoen duurt er zes maanden.

De officiële taal in Guatemala is het Spaans, en daarnaast worden er nog 22 Maya-talen gesproken;

 

Het aantal kinderen dat ondervoed is, bedraagt 46,5% en 60% van de mensen leven onder de armoedegrens, hoewel Guatemala een vruchtbaar land is. Eén van de oorzaken van de ondervoeding is de oneerlijke verdeling en het oneerlijk gebruik van de vruchtbare gronden. Die zijn in het bezit van enkelen, en worden niet gebruikt om voedsel te produceren voor de bevolking, maar om exportgewassen te telen; Dat zorgt voor een constante stijging van de prijzen van basisvoeding.

De kleine boeren moeten het doen met de minder vruchtbare gronden of zelfs zonder grond. Diegenen die toch een lapje grond hebben, kunnen moeilijk overleven met de opbrengst van hun landbouw. De boeren zonder grond werken op plantages tegen een hongerloon, waarmee ze onmogelijk voldoende en gevarieerd voedsel kunnen kopen voor hun families.

Broederlijk Delen steunt boerengemeenschappen in hun strijd tegen ondervoeding. We helpen boeren grond te verwerven zodat ze hun eigen voedsel kunnen voortbrengen uit de verkoop van hun landbouwproducten op de lokalen markten. Beide omhalingen in onze kerken zijn bedoeld als onze bijdrage en hulp aan deze campagne.

 

Eigen grond

César en zijn vrouw Leonarda zijn de 2 centrale figuren in de campagne van Broederlijk Delen dit jaar, die als thema heeft: “Geef boeren eigen grond om voedsel te telen”.

Niet zo lang geleden werkten César en Leonarda op grote koffieplantages, maar met het schamele loon dat ze daar verdienden, konden ze niet genoeg eten op tafel zetten voor hun kinderen.

Ze wilden liefst niet meer op het land van iemand anders werken, maar ze moesten wel. Het lapje grond waarop ze woonden was te klein om aan landbouw te doen; Ze deelden dezelfde droom: eigen grond om aan landbouw te doen, een eigen plek om voor hun gezin te kunnen zorgen. Een aantal boerenfamilies vechten voor een eigen stuk landbouwgrond. In deze strijd staan ze niet alleen. Ze kunnen rekenen op de steun van lokale organisaties waarmee Broederlijk Delen samenwerkt. César en Leonarda zijn vastberaden hun droom waar te maken. Door de internationale koffiecrisis komen in hun regio veel plantages leeg te staan. De boeren zien hun kans en verenigen zich in boerengroepen en zoeken naar manieren om aan grond te geraken.

 

 

Solidair met César

In vorig artikel kon je al lezen dat César en zijn vrouw Leonarda uit Guatemala de centrale figuren zijn in de vastencampagne van Broederlijk delen. Zijn volledige naam is César Cortez Mendez, en ze hebben 5 kinderen.

Tegen de stroom in roeien is riskant. César wordt bedreigd en gepest omdat hij het aandurft het onrecht in Guatemala aan te klagen: de ongelijke verdeling van de grond en de onderdrukking van de boeren. Maar wat moet hij anders doen. César is een landbouwer zonder land., zoals de meeste boeren in Guatemala. Ze werken zich 6 dagen per week krom voor een hongerloon om koffie, groenten en fruit te telen, maar ze zien de vruchten van hun arbeid verdwijnen in de zakken van de grootgrondbezitters.

Dat is vernederend en onrechtvaardig. De helft van alle grond is in handen van enkele rijke families. En César woont met zijn familie in een schamel betonnen huisje op geleende grond.

Er is totaal gen comfort en bij een hevige regenbui stroomt het water van de heuvel over de vloer van het huisje.

Boerengezinnen in Guatemala leven in erbarmelijke omstandigheden en lijden honger. Bijna 50% van de kinderen jonger dan 5 jaar, is ondervoed. De toekomst ziet er somber uit, terwijl er genoeg grond is voor iedereen. Sinds de koffiecrisis van 2002 is er veel landbouwgrond vrij gekomen. Steeds meer boeren nemen die grond in, dat is de enige manier om uit die armoede te geraken. Om legaal een eigen stukje grond in hun bezit te krijgen, hebben ze, via Broederlijk delen, onze steun nodig. Elke euro helpt om de macht van de grootgrondbezitters te breken, om een einde te maken aan de onrechtvaardigheid en de boeren te geven waarop ze recht hebben: hun eigen grond en een gelukkig leven, weg van honger en armoede. Met onze hulp kunnen César en zijn makkers de strijd winnen, en dan hebben deze boerengezinnen hun eigen lapje grond, betere levensomstandigheden en 3 keer per dag gevarieerd eten op tafel.

Schrijf vandaag nog uw bijdrage over op BE12 0000 0000 9292 van Broederlijk Delen,

1000 Brussel. Voor een gift van 40 euro en meer ontvang je begin 2020 een fiscaal attest.

 

 

Met de zondagsevangelies op weg naar Pasen

 

Doorheen de zondagsliturgie van de vasten tijd neemt Jezus ons mee op verschillende plaatsen in heel uiteenlopende situaties. Lucas is daarbij onze gids. Van week tot week komen

steeds meer mensen rond Jezus samen, terwijl Hij zelf een groeiende eenzaamheid ervaart.

Maar tegelijkertijd wordt zijn verhouding tot God, zijn Vader, steeds dieper.

 

Op de eerste vastenzondag vertrokken we in de woestijn. Jezus is er alleen met de ‘duivel’ als onzichtbare tegenstander en verleider. De bekoring tot het kwaad, we ondervinden het elke dag, maar Jezus gaf er niet aan toe. Hoe aantrekkelijk deze bekoring van macht en eer ook is, laat je niet vangen. Jezus kende daar in de woestijn ook zelf de bekoring om zijn honger te stillen met spektakel en succes, maar Hij belijdt zijn grote verbondenheid met God.

De tweede zondag van de vasten, vorig weekend dus, bestijgt Jezus met drie leerlingen de berg Tabor. Boven op de berg voegden Mozes en Elia zich bij hen. Mensen met diep religieuze ervaringen ontmoeten elkaar. De verheerlijking van Jezus is een moment van volheid, alsof het reeds Pasen is. Blij om het topmoment dat ze boven mochten beleven, keren ze terug naar beneden, naar de vlakte van de ervaringen van elke dag. Je kan geen hoogtepunten vasthouden, er zijn ook altijd de dieptepunten in een mensenleven.

Maar in de vasten blijven we niet zitten in de woestijn of op de berg. Jezus keert terug naar de mensen. Hij staat, zoals de liturgie van de derde zondag van de vasten aangeeft, midden in de dagelijkse realiteit, omgeven door heel gewone mensen. Die realiteit verschilt niet zo veel van wat wij nu ook meemaken: wreedheden, politiek geweld, honger en armoede, ongevallen. En misschien stellen enkelen toch de vraag naar de zin van dat alles. Jezus blijft getuigen van grote mildheid en geduld, in de hoop dat ook onze eigen vijgenboom goede vruchten zal voortbrengen. In het evangelie volgende zondag vraagt de tuinman

aan zijn meester nog even geduld, misschien zal de vijgenboom volgend jaar wél vruchten opleveren. Wie in deze jachtige tijd nog geduldig kan wachten en zorg blijft besteden aan wat moeilijk rendeert, is eerder een uitzondering.

De groep mensen rond Jezus blijft groeien. Op de vierde zondag komen ook tollenaars en zondaars naar hem luisteren. Jezus heeft het vooral over de weg van bekering en barmhartigheid. Een vader had twee zonen, maar de jongste zoon trapt het thuis af en verbrast zijn geld in een vreemd land. Vanuit een diepe nood, keert hij terug naar zijn vader die hem met open armen weer verwelkomt. En er wordt feest gevierd. Zien wij in Jezus de gestalte van de barmhartige Vader, en zijn wij zelf ook voldoende mensen met een warm hart voor onze medemensen?

De vijfde zondag van de vasten leidt ons naar de tempel. Daar op het tempelplein is Jezus getuige van een heel delicate situatie. Een vrouw, betrapt op overspel, een zondares dus, wordt door een groep mannen tot bij Jezus gebracht. Volgens de Wet mocht men haar stenigen. De Farizeeën willen Jezus een valstrik spannen in de hoop Hem te kunnen beschuldigen en aan te klagen. Dicht bij de tempel komen zij op voor de Wet, maar Jezus heeft hen door. Hij is méér dan de tempel en de Wet. Heel doordacht zegt Hij: “Wie zonder zonde is, mag de eerste steen werpen!”. En ze druipen allen af, tot Jezus helemaal alleen achterbleef met die vrouw. Hij veroordeelt haar niet, Hij heeft haar een nieuwe kans, Hij schenkt haar nieuw leven.

Op Palmzondag zijn we in Jeruzalem, en stappen we mee met de sympathisanten en de enthousiaste supporters van Jezus, die wel niet goed begrijpen wat die blijde intrede in de stad op een ezel mag beteken. Kort nadien zal Hij buiten de stad op Golgotha als een veroordeelde aan een kruis sterven. Uiterste eenzaamheid, duisternis over heel de streek, en toch dat krachtig vertrouwen: “Vader, in uw handen beveel Ik mijn geest”. Een soldaat is de eerste om te belijden: “Deze mens was waarlijk een rechtvaardige”. Hij is immers de Zoon van God.

 

Zo willen de evangelielezingen van de vastenzondagen een gids zijn op onze weg naar Pasen.

Mochten wij elke week wat meer groeien in geduld, in vergevingsgezindheid, in barmhartigheid, kortom groeien in het vertrouwen dat Jezus met ons mee de weg gaat en groeien in het geloof dat de verrezen Heer ons altijd nabij blijft.

Raymond Decoster, deken

 

 

 

CURSIEFJE

Geduld…neem je tijd

 

Oma en Leen zitten te wachten op Sabrina, de moeder van Lisa die in dezelfde klas zit als Leen, om samen boodschappen te doen. Een poos later wandelen oma, Sabrina en Leen door een grootwarenhuis. Meer nieuwsgierig dan kooplustig lopen ze rond en kijken ze geamuseerd naar zoveel leuke en lekkere dingen.

De drie dames gaan even op een bank zitten. Oma vraagt aan Sabrina hoe het gaat op school met Lisa. De moeder van Lisa antwoordt: “Nu gaat het weer goed, maar vorig jaar is ze blijven zitten. Zodoende doet zij dit schooljaar voor de tweede keer. In het begin van dit jaar deed Lisa nogal moeilijk. Ze wilde zich maar niet inzetten tot het moment waarop de schooldirecteur haar zei dat de juf al veel geduld met haar had gehad, maar dat dit schooljaar haar laatste kans was. Toen kwam er gelukkig een ommekeer. Ze heeft nu goede punten, ik hoop dat het zo blijft.”

Terwijl door de luidsprekers opgewekte deuntjes klinken, lopen onze drie vrouwen verder door de aantrekkelijke rekken. Tot oma opeens zegt: “Zeg, Sabrina, wat je mij daarjuist zei over Lisa, doet me denken aan een gelijkenis die Jezus aan de mensen vertelde. Het ging toen over ‘bekering’. Waarop Leen vraagt: “Wat betekent ‘je bekeren’?”

Heel eenvoudig formuleert oma ”Je bekeren, dat is leven omkeren in de goede richting, dat betekent steeds proberen je af te keren van het kwade om altijd het goede te doen. Maar daar is geduld voor nodig. En daarover staat een mooi verhaal in het evangelie.”

“Vertel het dan eens”, vroeg Lisa.

“Wel, iemand had een vijgenboom in zijn tuin staan. Zo een vijgenboom brengt ongeveer 100 kilo vruchten per jaar op. Toen de eigenaar op het einde van het seizoen naar de vruchten kwam kijken, vond hij er geen. Hij beval de tuinman hem om te hakken, maar deze smeekte: Heer, laat hem dit jaar nog staan, ik zal de grond omspitten en hem bemesten, en dan zien we volgend jaar wel”. (Zie ook een poëtische vertelling van M. Coune hiernaast ergens)

Toen zei oma tegen Sabrina en Leen: “De vijgenboom, dat zijn wij, wij moeten proberen vruchten te dragen. De tuinman is Jezus en de eigenaar van de tuin is God. Je moet je dus steeds opnieuw bekeren en voorbereid zijn”.

Raymond Decoster, deken

 

 

Ik ben de vijgenboom

 

Een eigenaar plantte hoopvol een vijgenboom

en kwam tevergeefs naar vruchten zoeken.

Er geen vindend, beval hij de tuinman

die vijgenboom onmiddellijk om te hakken;

zo een gulzige parasiet die de grond uitput.

 

De tuinman pleitte voor extra geduld:

gun die boom nog een jaar de nodige tijd;

Ik mest hem zorgvuldig en spit er omheen;

wellicht draagt hij volgende jaar vrucht,

zo niet hak ik hem om tot gewoon brandhout.

 

Zoals Jezus het vertelt, is God erg geduldig.

Hij bewees dit aan het onbuigzame Israël,

en toont ondanks alles zijn barmhartigheid

aan al wie vandaag geen vrucht voortbrengt.

God gunt ons de tijd: dragen wij vruchten?

(Michel Coune)

 

Ode aan de vriendschap

 

Vriendschap is zwijgen, niets zeggen,

maar een arm om iemands schouders leggen.

 

Vriendschap is in iemands leven

verdriet delen en vreugde geven.

 

Vriendschap is niets vragen,

maar gewoon helpen dragen.

 

Vriendschap is gauw even mailen

om de laatste nieuwsjes mee te delen.

 

Vriendschap is durven tonen

welke gevoelens er in je wonen.

 

Vriendschap is delen in iemands geluk

en dan bidden: “Ga toch nooit stuk”.

 

Vriendschap zit in kleine dingen

die je niet tot een wederdienst dwingen.

 

Aan een goede vriendschap komt geen end

waar ter wereld je ook bent.

 

Vriendschap is een kostbaar kleinood

dat met je meegaat tot in de dood.

 

En heb je echte vriendschap gevonden,

dan legt ze pleisters op vele wonden.

 

Daarom is het zo fijn om goede vrienden te hebben en te zijn.