Zonenieuws

ZONENIEUWS :

Vicariale startviering Pinksternoveen in de basiliek

Tussen Hemelvaart en Pinksteren houdt de Kerk  en de liturgie gedurende 9 dagen een Pinksternoveen. In ons vicariaat Vlaams-Brabant en Mechelen start deze pinksternoveen op vrijdag 27 mei om 19.00 u. in de basiliek van Halle met een Eucharistieviering die zal voorgegaan worden door onze hulpbisschop Mgr. Koen Vanhoutte. Thema van de viering: “Samen in de bovenzaal”.

Zoals Maria en de apostelen zullen ook wij in deze samenkomst ons hart openen voor de komst en de gaven van de heilige Geest.

Onze bisschop nodigt u hartelijk uit in ‘onze bovenzaal’ om er samen te bidden en te zingen:

“Kom, heilige Geest”. Samen met alle christenen in de hele wereld bereiden we ons biddend voor op het Pinksterfeest. Een hartelijke uitnodiging voor heel de pastorale regio Halle,

 

Hemelvaart is een zendingsverhaal

Het hoogfeest van de Hemelvaart van de Heer Jezus leert ons iets over onze thuiskomst bij de Vader zoals Jezus zelf is thuisgekomen bij de Vader.

Die dag wil ons ook laten nadenken over onze inzet voor het geluk van anderen. Want, dat Jezus is thuisgekomen bij God, belet Hem niet met mensen begaan te zijn. Dat konden de elf apostelen ervaren, zo lezen we in het evangelie van deze feestdag. Want wanneer zij erop uittrekken ‘werkte de Heer met hen mee en zette hun woorden kracht bij’.

 

Het verhaal van de Hemelvaart is duidelijk een zendingsverhaal. In het spoor van de leerlingen moeten ook wij de weg gaan die Jezus ons is voorgegaan: de weg van liefde zonder maat, opdat het voor elkeen een hemel op aarde zou worden, en Hij zal ons daarin nabij blijven. In zijn naam moeten we aan de slag. Niet naar boven staren, maar de handen uit de mouwen steken. Het Goede Nieuws is er immers voor iedereen.

Hemelvaart is dan ook de start van onze inzet voor onze kerkgemeenschap en voor de wereld.

Het is dan ook goed om op die feestdag eens te evalueren wat we van ons christen-zijn al hebben terecht gebracht. Ons samenleven verloopt lang niet perfect, we hebben allemaal wel onze kleine kantjes. Maar als we erin slagen die te erkennen, is verzoening mogelijk.

 

Als we voor de Heer gaan staan en naar de hemel kijken, dringt het wel eens tot ons door dat we te vaak dromen van een hemel op aarde vol luxe en genotsmiddelen. Die schijnhemel houdt ons weg van een écht gelukkig leven. De hemel op aarde die God voor ons droomt is er één waarin we liefde en hoop delen met elkaar. Als we voor de Heer gaan staan en aar de mensen kijken, dringt het wel eens tot ons door dat we te weinig van hen houden. We maken vaak een selectie wie ons van dienst kan zijn, wie ligt ons en wie niet…

De hemel op aarde die God voor ons droomt is er één waarin mensen naar elkaar toegaan om elkaar gelukkig te maken en vrede te schenken. Het komt erop aan de aarde bewoonbaar te maken voor alle mensen.

 

Zijn stem zal niet meer klinken op het meer van Genesaret, in de synagoge van Kafarnaüm of in de wandelgangen van de tempel. Hij legt zijn woorden in ónze mond om ze te laten klinken tot aan het uiteinde van de aarde.

Zijn handen zullen de kinderen van Galilea niet meer zegenen, ze zullen geen zieken meer genezen langs de weg. Hij zal geen troostwoorden meer spreken tot zondaars en verstotenen.

Hij legt de zeven werken van barmhartigheid in ónze handen opdat de wereld troost en genezing zal vinden.

Nu zijn voeten niet meer zullen gaan over de stoffige wegen van zijn geboorteland, wordt heel de aarde ‘heilig land’.

Nu Hij zetelt aan de rechterhand van God en daar voor ons een plaats bereidt, roept Hij ons allen op om de aarde te maken tot een plaats waar mensen broederlijk in vrede samenleven.

 

Is de Hemelvaart van Jezus dan een afscheid? Neen, Hij verlaat ons niet. Integendeel, Jezus blijft werkzaam in ons. Ook al zingen we “Al heeft Hij ons verlaten, Hij laat ons nooit alleen”. Hij stuwt ons om zijn Blijde Boodschap verder te verkondigen hier in deze wereld, en met beide voeten op de grond te blijven staan. Hij blijft ieder van ons roepen en zenden om met volle inzet zijn liefdevolle barmhartigheid door te geven. Wij die met Hem willen meewerken, zullen de nodige kracht ontvangen om in deze opdracht te slagen: vrede brengen, ook vandaag.

Zaliger hoogdag.

Raymond Decoster, zonepastoor

Zijn wij de dankbaarheid vergeten?

We naderen het einde van de  meimaand, met een explosie van groen en bloemen en heel wat warme dagen. Mensen trekken op bedevaart in eigen land of naar Lourdes. Waarom? Zit reizen ons in het bloed? Of willen we met onze voeten tot uitdrukking brengen waar woorden ons tekort schieten? Of is het omdat we ons zo goed herkennen in die eenvoudige vrouw Maria die het in haar Magnificat uitjubelt: “Mijn hart prijst hoog de Heer!”

Vinden wij nog woorden om onze dankbaarheid uit te drukken of zijn we dankbaarheid vergeten voor zoveel kleine dingen van elke dag? Voor de zachte goedheid van huisgenoten, voor het dagelijks brood op tafel, voor de geur van verse koffie ’s morgens, voor het kleurenpallet van bloemen, voor een toevallige leuke ontmoeting, voor een hartelijke verwelkoming op een vergadering en voor het thuis komen bij elkaar in de avond? Voor zoveel kleine kostbaarheden iedere dag, voor regen en zonneschijn, de groeikracht in de natuur, de vruchten in de tuin, onze gezondheid en… voor God die nooit ver afwezig is?

 

Die dankbare ingesteldheid mocht ik een tijd geleden ervaren toen ik een stukje van een documentaire bekeek over een eenvoudige boer, een ‘rancher’, in de Amerikaanse staat Texas. Het ging over het dagelijks leven en werken op een kleine ranch op een zonovergoten zondagmorgen. Het viel op dat die rancher bij het begin van de dag zijn hoed afnam en in simpele woorden, recht uit het hart, een dankgebed uitsprak: dank voor zijn buren die op zondagmorgen even wilden helpen om het vee bijeen te drijven, en een gebed voor een veilige en voorspoedige werkdag.

Die dankbaarheid kwam ook ’s middags bij de picknick weer tot uiting. Een moment van stilte, een woord van dank van diezelfde Texaanse boer voor de eenvoudige boerenkost op tafel: een malse steak met bruine bonen en aardappelen in de schil.

 

Dankbaarheid is nochtans geen kwestie van romantiek of sentiment. Vaak blijven we woordeloos bij al het goede dat op zoveel plaatsen gebeurt, en dikwijls blijven we sprakeloos bij al het goede dat ons zelf te beurt valt. En al te vaak vergeten we zelf het goede te doen.

Laten we naar woorden zoeken. Kunnen we niet zoals Maria, zeggen: “Mijn hart prijst hoog de Heer! Dank je wel God of dank je wel, lieve medemens! Dank voor vandaag en voor elke dag die mij gegeven wordt. Dank voor elke mens die het goed met mij meent.

Die uitgesproken waardering en dankbaarheid kunnen ons als men of vrouw, als mens en als christen, alleen maar doen groeien.

Raymond Decoster, zonepastoor