Federatienieuws

 

FEDERATIENIEUWS :

 

 

 

 

WELDRA ASWOENSDAG

Zit de Kerk in zak en as?

 

De balans opmaken

Als kind maakte ik thuis elk jaar grote manoeuvres mee. Alle huismoeders deden toen de grote kuis. Zo zou je de vasten kunnen zien, als een jaarlijkse grote schoonmaak. Eens orde op zaken stellen, dat is nuttig en nodig.

Een winkelier moet op tijd de balans opmaken, of hij blijft in zijn zaak met onverkoopbare artikelen zitten. Hij moet minstens jaarlijks zijn voorraad bekijken.

Ook wij hebben een gemeenschappelijke zorg voor onze Kerk, we zijn er samen verantwoordelijk voor. Hoe zit het daarmee? Moeten wij geen balans opmaken? Functioneert onze Kerk voldoende ? Zijn de mensen tevreden of zijn er klachten? Moeten er dingen veranderd worden? De veertigdagentijd die voor ons ligt, is onze balanstijd. En wat verkeerd loopt, moet dan rechtgezet worden, want God droomt van een wereld waarin alle mensen gelukkig zijn. Als we ons richten op die droom, dan zullen we ons afkeren van het kwaad en van alle negativiteit.

 

Op weg

Op Aswoensdag treden wij het voorportaal van de veertigdagentijd binnen, en maken we ons klaar voor de paastocht. De daaropvolgende eerste vastenzondag gaan de poorten wijd open voor onze tocht naar Pasen. Het is een symboolgeladen tijd tussen Aswoensdag en Pasen

Vanuit de duisternis begeven we ons op weg naar het Licht. Daarom wordt zo vaak het thema van de ‘weg’ gebruikt. Mensen in de bijbel gaan heel vaak op weg. Zo herinnert de veertigdagentijd ons aan de woestijntocht van Israël, aan Mozes die zijn volk uit Egypte naar het Beloofde Land leidt..

Zo willen ook wij deze veertigdagentijd aanvatten: als een tocht naar beter, gelukkiger en menswaardiger leven. Een tocht waarbij we overbodige ballast moeten achterlaten, alles wat ons triest maakt en oorzaak is van onvrede. We willen positief denken en ons gelaat richten

naar het komende licht, naar nieuw leven, naar de vreugde van Pasen.

 

 

Persoonlijke groei en uitstraling

Het evangelie van Aswoensdag stelt een drievoudige relatie in vraag en reikt ons 3 zinvolle hulpmiddelen aan.

Vooreerst onze relatie tot God, of anders gezegd: ons gebed. Als je vindt dat bidden belangrijk is, dan maak je daar ook tijd voor. De zondagsmis en de vastenkalender kunnen daar een invulling zijn.

Het tweede domein is onze relatie tot de noodlijdende mens, dus ons broederlijk delen. En deze noodlijdende medemens is niet enkel de arme man en behoeftige vrouw hier of in de Derde Wereld, maar is ook de zieke, de eenzame mens die onze nabijheid en waardering nodig heeft.

Tenslotte is er de relatie tot de dingen. Hang ik vast aan het materiële, ben ik verslaafd aan wat dan ook? Hier spreken we dan van vasten, soberheid, ‘versterving’ in de zin van afsterven aan onszelf om open te staan voor de anderen en voor dé Andere.

Pas als deze drievoudige relatie goed zit, zullen wij als gelovigen iets uitstralen van de goede Geest van Jezus. Wij zijn namelijk geen christen voor onszelf alleen. We moeten ook iets betekenen voor onze omgeving. Net als de leerlingen worden ook wij gezonden om te werken aan de vraagstukken in onze samenleving: vrede, gerechtigheid, zorg voor het milieu. Zijn wij in onze geloofsgemeenschap een bron van inspiratie? Zijn onze kerken ook plaatsen van Godsontmoeting en stralen onze samenkomsten voldoende blijheid uit?

Je merkt, heel wat vragen, heel wat stof tot nadenken, heel wat werk aan de winkel. Als we daar in de komende veertigdagentijd iets willen aan doen, dan wordt het echt wel een tijd van genade voor onszelf, voor onze medemensen en voor onze Kerk.

De veertigdagentijd is de gunstige tijd om te bidden voor mensen die in zak en as zitten, die geen uitweg meer zien, die alle hoop verloren zijn. Voor mensen, dichtbij en veraf, die gebukt gaan onder lijden… dat zij uit hun as mogen verrijzen.

Raymond Decoster, deken

 

 

Hulpbisschop Koen Vanhoutte op bezoek

 

 

Onze nieuwe hulpbisschop, Mgr. Koen Vanhoutte, wil graag alle actieve priesters en pastores van het vicariaat ontmoeten. Deken Raymond Decoster liet dit samenvallen met een vergadering van de Dekenale Pastorale Ploeg van zijn beide dekenaten Halle en Lennik.

Het werd een gezellig etentje ten huize van onze deken Raymond bijgestaan door drie vrijwilligers in de keuken van voorbereiding tot en met de afwas. Het was een ontspannen samenzijn van alle priesters nog in functie, de pastorale werkster en de twee dekenassistenten. Mgr Vanhoutte is werkelijk een minzame persoon, met veel aandacht voor de andere aanwezigen. Van hem is geweten dat hij tijdens zijn 15 jaar vicaris-generaal zijn in bisdom Brugge nooit een gesprek heeft geweigerd, en dit doet veel verwachtingen ontstaan bij de priesters in het vicariaat Vlaams Brabant en Mechelen. Hij hield een opmerkelijke toespraak. Na op de allereerste plaats zijn dank en waardering uitgesproken te hebben voor wat de pastores zijn en doen ‘in de hitte van de dag’, in hun dagelijks werk, maar ook voor de wijze waarop dag in dag uit gepoogd wordt om de Blijde Boodschap handen en voeten te geven.

De uiteenzetting van de bisschop bevatte 5 aandachtspunten die verder zullen moeten uitgediept worden: collegialiteit, mensen van vertrouwen zijn, verdieping, samen op weg gaan, en ‘oud en nieuw’ behartigen.

 

Collegialiteit: we staan in hetzelfde werk maar ieder met zijn eigen talenten en accenten. Als broeders en zusters zijn wij allemaal pastoraal verantwoordelijk voor mensen. Collegialiteit

Houdt respect in voor de mens waarmee en waarvoor ik mag werken. We zijn die we (maar) zijn, met waardering voor wat die ander doet.

 

Mensen van vertrouwen zijn: er is in deze tijd veel verlies-ervaring, en dat doet ons geen deugd. Maar ontmoediging is niet levengevend. We moeten er blijven op vertrouwen dat de boodschap van Jezus niet verslijt en mensen zal blijven aanspreken. Een pleidooi dus voor het basisvertrouwen dat de Heer bij ons blijft.

 

Verdieping: we zijn het onszelf verplicht na te denken over: wie zijn we? Wat doen we? Wat is christen-zijn? We ademen de sfeer in van de huidige samenleving waar God een beetje op de achtergrond raakt. Christen-zijn heeft te maken met wie ik ben en met de manier waarop ik Jezus navolg.

 

Samen op weg: het is goed dat we als verantwoordelijken kritisch nadenken, maar we hebben er nood aan om samen op weg te gaan en mekaar te dragen. Pastoraal is geen zaak van ‘dirigenten’, maar van mensen die anderen beluisteren en met anderen op tocht gaan.

 

Oud en nieuw: we moeten het ‘oude’, de lopende zaken in ons pastoraal werk ( Eucharistie, doop, uitvaarten, catechese…) goed blijven verzorgen, dat geeft rust. Maar het enkel daarbij laten geeft ook onrust, want dat garandeert niet dat we toekomst maken. Naast het verzorgen

van de lopende zaken (‘soigneren’), moeten we ook voldoende aandacht hebben voor het nieuwe, en dus ‘morgen’ voorbereiden (‘prepareren’). Hierin schuilt een uitnodiging en uitdaging om met belangrijke dingen samen op weg te gaan.

 

Deze thema’s gaven aanleiding tot boeiende, persoonlijke gedachtewisselingen die een verdere bezinning nodig hebben.

Het samenzijn werd na het dessert in de Basiliek afgesloten met een Mariaal gebedsmoment.

Mgr. Vanhoutte zal weldra ook al de gepensioneerde priesters en pastorale werkers van de twee dekenaten ontmoeten.

 

Fotograaf van dienst was Hugo Casaer, (©hc). Je herkent op de groepsfoto van links naar rechts: pastoor Cuong van Nguyen, beter bekend als pater Koen ( Gooik-Pepingen), Jan Belsack, dekenassistent Halle, pastoraal werkster zuster Marie- Françoise Detroyer, Pastoor Jan Baert (Sint-Pieters-Leeuw en Beersel Sint Lambertus), Jos Houthuys, federatiepastoor Alsemberg, Hans Decancq federatiepastoor Roosdaal, Jos Van Campenhout, pastoor Essenbeek, Luc Vermeir, federatiepastoor Lennik, Kris Meskens, federatiepastoor Herne, Dirk Claes medewerker vicariaat voor territoriale pastoraal, Mgr Koen Vanhoutte, deken Raymond Decoster en zijn dekenassistent voor Lennik Hugo Casaer.

(Verslag aan de hand van nota’s van Hugo Casaer en deken Raymond)

 

 

Mildheid schept goedheid

 

Grensoverschrijdende liefde

We worden allemaal graag omringd door familie, vrienden en door liefdevolle mensen. Onze aandacht gaat altijd vooreerst uit naar mensen die het goed menen. Attenties, zorg en inzet voor anderen zijn hier geen probleem, want je komt tegemoet aan je eigen gemoed dat nood heeft aan beminnen en bemind worden. De houding die mensen tegenover ons aannemen, zijn dikwijls de maatstaf voor ons eigen doen en laten.

“Het ene plezier is het andere waard”, zeggen we dan. Wie ons met een geschenk verrast, geven we graag iets gelijkaardigs terug. Hartelijkheid wordt met hartelijkheid beantwoord, en koelheid wordt met koelheid beantwoord.

 

Zeker heeft Jezus begrip voor deze menselijke gang van zaken, maar toch roept Hij op tot méér. Hij pleit voor een liefde die de bestaande grenzen overschrijdt. Haat ruimt dan plaats voor verdraagzaamheid, vervloeken voor zegenen, nemen voor geven, veroordelen voor vrijspreken…En dat dit geen ijdele worden zijn, lezen we in alle evangelies. Vooral Lucas beschrijft ons Jezus als iemand met een grenzeloze mildheid en een grote vergevingsgezindheid. Zondige en gekwetste mensen kunnen bij Hem terecht. Ook al worden ze volgens de gangbare opvattingen als ‘verloren’ beschouwd, in Zijn ogen zijn ze dat niet. Het is juist aan zulke mensen dat Hij die parabel vertelt van de herder die op zoek gaat naar het ene achtergebleven schaap.

 

Wees barmhartig

Het doen en laten van Jezus wordt niet bepaald door gevoelens van sympathie en antipathie. Wat anderen ham aandoen, speelt geen rol. Zijn enige maatschap is de barmhartigheid van Zijn Vader, die “goed is voor ondankbaren en slechten”. De God die Hij verkondigt, en waarvan Hij het menselijk gelaat is, is geen God van de vergelding die de mens beloont of straft op grond van wat hij doet of nalaat te doen. Hij is een ‘Vader’ die overvloedig liefheeft en in overvloed leven schenkt. Omwille van Hem bemint Jezus zijn vijanden en spreekt Hij mensen vrij in plaats van hen te veroordelen. God houdt niet alleen van goede mensen, maar Hij bemint ook dwarsliggers en mislukkelingen. Naar Zijn leerlingen, en dus ook naar ons toe, heeft Hij dan ook maar één enkele oproep, één wens: “Wees barmhartig zoals uw hemelse Vader barmhartig is” of nog anders geformuleerd: “Bemin je vijanden”.

Hoe kan dat? Je houdt in principe toch alleen van iemand die goed is, maar Jezus vraagt ons in het evangelie van volgende zondag: willen jullie eens proberen niet alleen iemand te beminnen die goed is, maar ook te houden van iemand die niet goed is of die je niet zo graag mag. En dan zou het wel eens kunnen gebeuren dat die iemand daarna en juist daardoor ook goed wordt. Dus dat jouw liefde, net als Gods liefde, scheppend wordt, het goede ‘maakt’.

 

Liefde leidt tot goedheid

En die moeilijke opdracht is mogelijk. Je kan dat bij een kind zien, maar evengoed bij een volwassene. Als je een kind een complimentje geeft, dan doet dat kind het in het vervolg nog beter. Het is een bekend verschijnsel dat een kind dat liefde tekort komt, opgroeit tot een agressieve mens. En een kind dat in zijn jonge jaren voldoende liefde kreeg, groeit op tot een fijne mens. Liefde maakt goedheid, liefde kweekt barmhartigheid. Dat is wat Jezus bedoelt als Hij zegt: “Als je enkel bemint wie goed voor je is, wat voor bijzonders doe je dan? Bemin ook diegene die je niet graag ziet, dan zou het wel eens kunnen gebeuren dat die andere ook goed wordt”

 

Blijft de vraag: is dat niet extreem wat hier gevraagd wordt? Wij hebben misschien toch geen vijanden en we worden niet vervloekt. Op je hoede zijn en rekening houden met wie voor je staat, is toch veiliger en realistischer dan wat Jezus vraagt!? Wellicht wel, maar toch wordt ons een manier van leven voorgesteld die getuigt van een sterk geloof in de mens en in het mooiste wat hij in zijn/haar hart draagt. De mildheid en de verdraagzaamheid waarvoor gepleit wordt, gaat uit van Hem die Vader is voor elke mens.

Raymond Decoster, deken

 

De krant of de Bijbel?

 

Wat en hoe lezen we?

Er zijn mensen die denken te weten hoe ze een gemeenschap, waar ze zelf niet toe behoren, kunnen hervormen. Zo zijn er ook mensen die zelf niet erg kerkbetrokken zijn, maar toch menen te weten hoe het beter zou kunnen in de Kerk of in een parochie of een vereniging. En dan hoor je ze wel eens zeggen: “Ze zouden tijdens de Mis beter voorlezen uit de krant in plaats van uit die oubollige bijbel”. Ik heb dan het gevoel dat deze kritische stemmen twee dingen willen zeggen: voorlezen uit de krant zal de gemeenschapsvieringen aantrekkelijker maken, en de bijbel is een muf boek dat niet meer van deze tijd is.

Zelf maak ik dagelijks tijd om de krant door te nemen, maar ik lees er weinig opbeurende artikels en nog minder verhalen die spreken over mensen met hoopvolle visioenen en dromen.

Ik lees er eerder deprimerende verhalen die leiden tot angst, hulpeloosheid en zelfs wanhoop.

Welnu, die vind ik ook in de Bijbel. Daar staan verhalen in die perfect passen in onze dagelijkse journaals en kranten: verhalen over oorlog, moord, brand, ontucht, diefstal, overspel, haat en extremisme. Je vindt het allemaal in de Bijbel. Je moet geen Etienne Vermeersch heten om dat te merken.

Maar daar stopt het niet. Ondanks en doorheen de gruwel die hier en daar ontspruit uit de menselijke geest, staat de Bijbel bol van verhalen over mensen die zich laten leiden door een visioen van naastenliefde, en die zo een weg van vrede banen in onze wereld. Dat is de blijde boodschap, een hoopvolle boodschap die van alle tijden is. In de krant vind je geen moderne literatuur, maar hedendaagse varianten op het eeuwenoude verhaal van de mens. De Bijbel is dus geen oubollig boek, maar een verzameling vertellingen die mensen blijven inspireren om broederlijk samen te leven, in eenheid, verbondenheid en solidariteit.

 

Een vredesverhaal

Begin november maakte ik een Vredeswake mee in de omgeving van Ieper. Honderden mensen verzamelden daar om te tonen dat ze bekommerd en wakker willen blijven voor de vrede in een wereld die door angst en oorlog geregeerd wordt. Voor die gelegenheid hadden ook de monniken van Westvleteren hun kloostermuren even verlaten, en in hun voorbeden bleven zij geloven dat het christelijk verhaal een kompas is naar meer vrede. Dat stralen ze trouwens zelf uit in heel hun wezen.

Maar naast die vrome monniken liepen daar ook modebewuste jonge mensen rond die plezier maakten en vertelden over hun gezin, hun werk, hun zaak. Sommigen waren heel sportief, anderen culinaire levensgenieters… kortom een bont allegaartje dat je op zondag niet in de kerk verwacht. Maar één van hen vertelde dat ze geregeld samen in de Bijbel lezen en hun leven laten kleuren door het voorbeeld van Jezus. En neen, dit waren geen ouderwetse, muffe mensen, maar een kleurrijke, moderne vriendengroep.

Ik zag er een clown bezig die rondtrekt met ontroerende voorstellingen. Hij sprak over de kracht van de verbeelding, over hoe de verbeelding ons kan verlammen, maar ook kan grenzen doen verleggen. Hij vertelde dat hij christen is en hoe het verhaal van Jezus hem helpt

om de moeilijkheden van het leven een plaats te geven , en te blijven werken aan voorstellingen die iets vertellen over een meer broederlijke en vredevolle wereld.

 

Lezen en beleven

Ik geloof niet dat de verhalen in de krant de wereld hoopvoller zullen kleuren. Akkoord, we moeten de werkelijkheid onder ogen durven zien en erkennen dat niet alles rozengeur en maneschijn is. Maar ik geloof wél dat het eeuwenoude verhaal van de Bijbel nog steeds de ontembare kracht bezit om de wereld te overspoelen met een tsunami van naastenliefde en hoop. Het is mijn overtuiging dat het de moeite loont om onze parochies, onze eigen verenigingen en werkgroepen, onze zone, onze Kerk te laten inspireren door het christelijk verhaal. De Bijbel is een leesboek, maar evenzeer een leefboek. Een boek om te lezen, maar

ook om naar te leven. De Bijbel toont ons de weg die het mogelijk maakt om samen te leven met elkaar over alle verschillen heen.

Raymond Decoster, deken

 

 

 

Visser naast God

 

Er zullen altijd mensen nodig zijn om lief te hebben, om zorg te dragen, om te bouwen aan een rechtvaardige wereld. Altijd zijn er mensen nodig om God ter sprake te brengen, om de boodschap van Jezus te verkondigen en om zijn levensopdracht verder te zetten. Mensen bestaan gewoon om mens te zijn met en voor anderen.

De lezingen van volgende zondag voegen er nog een gedachte aan toe: mensen worden ‘geroepen’ tot allerlei taken en diensten. Dat hebben Jesaja, Paulus en Petrus op een unieke manier ervaren.

 

In het evangelie wordt Petrus, samen met enkele andere vissers waaronder Jacobus en Johannes, weggehaald van achter hun netten. Heel gewone vissers, noem ze maar gewoon Piet, Jaak en Jan, zelfs niet eens erg vrome mannen, maar toch ook weer niet zo gewoon: ze laten namelijk alles achter om deze rondreizende leraar Jezus te volgen. Een uiterst radicale keuze: ze lieten hun boten, hun vader, hun broodwinning achter om achter Hem aan te gaan.

We mogen aannemen dat Petrus een goede visser was en beslist een harde werker, want heel de nacht had hij gezwoegd, maar niets gevangen. En door toedoen van Jezus halen ze een zodanig grote visvangst binnen, en dan nog wel overdag, tegen alle regels van de visserij in, want de vissen laten zich ’s nachts makkelijker vangen. Dit alles slaat Petrus met ontzetting en doet hem zijn menselijke begrensdheid ervaren. Petrus voelt zijn eigen zekerheden wegebben, en in de plaats daarvan komt een gelovig vermoeden dat de Man die hem heeft aangesproken, het waard is om Hem te volgen. Petrus wordt aangeraakt door God, hij ziet dat het allemaal niet alleen van hem afhangt. Een verhaal van het onmogelijke dat mogelijk wordt.

Wat dit allemaal inhoudt, lezen we verder in heel het evangelie. Petrus is geroepen om met Jezus mee te gaan naar een melaatse, ook al is dit iemand die door iedereen gemeden wordt als de pest. Hij maakt van dichtbij de genezing van een lamme mee, en hoort hoe zijn zonden vergeven worden. Jezus volgen is een tollenaar opnemen in hun kring en de heilige sabbatdag overtreden door aren te plukken, omdat de mens belangrijker is dan de Wet. Zo ontdekken Petrus en de andere apostelen gaandeweg waartoe zij geroepen worden.¨

 

Roept God ook vandaag mensen en waartoe dan? Uiteraard wel. Omdat Hij één en al liefde is, zoekt God voortdurend contact met de mens en zijn wereld, en vertrouwt Hij zijn schepping toe aan mensenhanden. Hij neemt het initiatief, Hij nodigt uit en zijn keuze is soms verrassend.

Jezus kiest vissers, en ze moeten vrij snel tot actie overgaan. Ze moeten van wal steken en de netten uitwerpen, en dan nog wel op een ongunstig tijdstip. Ja, je moet het soms eens over een andere boeg durven gooien. En tot hun grote verbazing stromen de netten vol vis. En pas daarna maakt Jezus hen duidelijk dat het om mensen gaat. Mensenvissers zullen ze worden.

 

In het christendom is de boot altijd het beeld van de Kerk geweest. De Kerk moet het aandurven uit te varen naar waar de mensen zijn, en dit met een enorme rijkdom aan boord, namelijk het evangelie waaruit blijkt dat het God altijd te doen is om het welzijn en het geluk van alle mensen.

 

In onze tijd gaan er in katholieke kringen steeds meer stemmen op die zeggen dat we als gelovigen wat meer zichtbaar en hoorbaar zouden moeten zijn in onze wereld. Misschien zijn we te lang bezig geweest met het herstellen van het schip van de Kerk en met het spoelen van de netten.

Maar de tijd is aangebroken dat we weer moeten durven uitvaren om mensen aan te spreken en hen kennis te laten nemen van de rijkdommen die we als Kerk een boord hebben.. Veel buitenstaanders zijn bijvoorbeeld jaloers op de rijkdom van onze liturgie. We hebben een fantastisch goed product, maar we krijgen het niet meer verkocht. Wij zijn geroepen om ons product aan de man te brengen, om er mee voor te zorgen dat Gods Woord kan gehoord worden. Maar visser naast God ben je niet alleen, dat ben je samen mét God. Als je geroepen wordt, dan word je geroepen tot bescheidenheid, dan word je geroepen tot vertrouwen op God. Als je het waagt om met Jezus in zee te gaan, zal Hij wel eens het roer en het initiatief overnemen. En Hij zal ons influisteren dat we niet bang moeten zijn. Geloof heeft te maken met vertrouwen en met liefde. Wie die stap durft zetten, wie Jezus durft meenemen in de boot van zijn/haar leven, zal ‘mensen vangen’, zal mensen redden uit de zee van ellende en hen nieuw leven aanreiken.

Raymond Decoster, deken

 

 

Ode aan de vriendschap

 

Vriendschap is zwijgen, niets zeggen,

maar een arm om iemands schouders leggen.

 

Vriendschap is in iemands leven

verdriet delen en vreugde geven.

 

Vriendschap is niets vragen,

maar gewoon helpen dragen.

 

Vriendschap is gauw even mailen

om de laatste nieuwsjes mee te delen.

 

Vriendschap is durven tonen

welke gevoelens er in je wonen.

 

Vriendschap is delen in iemands geluk

en dan bidden: “Ga toch nooit stuk”.

 

Vriendschap zit in kleine dingen

die je niet tot een wederdienst dwingen.

 

Aan een goede vriendschap komt geen end

waar ter wereld je ook bent.

 

Vriendschap is een kostbaar kleinood

dat met je meegaat tot in de dood.

 

En heb je echte vriendschap gevonden,

dan legt ze pleisters op vele wonden.

 

Daarom is het zo fijn om goede vrienden te hebben en te zijn.