Zonenieuws

ZONENIEUWS :

TENHEMELOPNEMING VAN MARIA

Het oogstfeest van de Kerk



Elk jaargetijde heeft zijn hoogfeest. In de winter vieren we Kerstmis, in de lente Pasen, in de zomer Maria’s Tenhemelopneming en in de herfst vieren we Allerheiligen.

In het midden van de zomer, in de oogstmaand, viert de Kerk dus op 15 augustus, halfoogst, de tenhemelopneming van Maria. Zo wordt Maria op een voetstuk gezet, ze krijgt als het ware een promotie, ze werd hoogverheven, ze werd ‘opgehemeld’. Maar ondanks die bevordering is Maria niet van ons weg gegroeid. Voor de gelovige mens is zij altijd de nabije moeder gebleven bij wie je altijd mag aankloppen.



Hoe belangrijk een moeder in je leven is, hebben wij hopelijk allemaal mogen ervaren. Ook Jezus heeft de weldoende aanwezigheid van zijn moeder ondervonden, vooral in die 30 jaren van zijn verborgen leven in Nazareth. In het evangelie van 15 augustus ontmoeten twee zwangere vrouwen elkaar. In Maria en haar nicht Elisabeth kruisen zich twee geschiedenissen: die van Jezus en die van Johannes de Doper. Nog vóór de geboorte van Jezus verwijzen de woorden van Elisabeth naar de speciale rol die Maria in de heilsgeschiedenis zal vervullen: “Gij zijt de gezegende onder alle vrouwen” en het antwoord van Maria maakt duidelijk dat geheel haar leven naar God verwijst: “Mijn hart prijst hoog de Heer”.

 

Bij Maria voelt iedere gelovige zich thuis, omdat hij weet dat Maria een moeder is die alles heeft meegemaakt in haar leven: ze heeft gezongen van vreugde, maar ze heeft ook geweend van verdriet. Er was zoveel dat ze niet begreep. En juist omdat Maria zo diepmenselijk is, is ze ook overal thuis.

Zij is een gewone vrouw uit het volk, en tegelijk buitengewoon door haar geloof en haar inzet.

Ze is gerijpt op de akker van het leven, ze heeft in weer en wind gestaan, zij is beproefd en doorgroefd in haar geloof.

Daarom is het feest van Maria’s Tenhemelopneming ook een feest voor elke gewone gelovige mens die, dag in dag uit, zijn plicht probeert te doen. In Maria heeft God kleine mensen groot gemaakt. Want de mens die in liefde en trouw leeft voor zijn medemens, die heeft uiteindelijk toekomst. Daar staat God zelf borg voor.


Als wij in de komende dagen het hemelfeest van Maria vieren, wil dit zeggen dat zij helemaal in de liefde van God is opgenomen. In de hemel deelt Maria in de zorg van Jezus om de mensen op aarde in hun nood bij te staan. Denk maar aan Lourdes waar Maria gezegd heeft: “Ik kom voor de zieken” en aan Banneux waar Maria zei: “Ik ben de Maagd der armen”. Dit zijn geen geloofspunten, maar de Kerk en de gelovigen zijn ervan overtuigd dat Maria meeleeft met ons bestaan. Daarom zijn in kapellen en bedevaartsoorden de vele kaarsen en mirakelschilderijen het stille bewijs van het vertrouwen dat moeder Maria bij haar gelovige kinderen geniet, en van de voorspraak die men van haar verwacht. Maria is in de hemel als een Moeder die ons allen in bescherming wil nemen. En zij geeft de opdracht om het hier voor mekaar reeds een stukje hemel op aarde te maken.

Maria is ongetwijfeld de mooiste bloem in Gods tuin. Zij is de rijkste oogst die God ooit binnenhaalde in de schuren van de hemel. De opname van Maria in de hemel is als het ware ‘Pasen in de zomer’, zij is ons voorgegaan. Haar feest is een voorafbeelding van onze eigen thuiskomst in het huis van de Vader. Zij is voor ons het hoopgevend voorbeeld van hoe het eens met ons zal gaan. Tot God zeggen we dank dat Hij Maria zo beloond heeft, en tot elkaar mogen we zeggen: ‘Laten we opkijken naar Maria, zij toont ons onze bestemming, en zij helpt ons om die te bereiken.

Ik wens u allen, beste lezers, een hemels Mariafeest, een zalige hoogdag!


Raymond Decoster, zonepastoor Halle

Het dagelijks geluk

Hoezeer alle mensen ook verschillen, we hebben één ding gemeenschappelijk: elke mens streeft naar geluk.

Het is Gods droom dat de mens gelukkig is, daartoe heeft Hij ons geschapen. Hij biedt ons zijn  heil aan, en ‘heil’ betekent geluk, heelheid, volledig gelukkig-zijn. En wellicht zoeken we het soms te ver, terwijl het vaak dichtbij schuilt. Het dagelijks geluk zit immers diep in je hart. En het is niet louter voor jezelf bestemd, maar ook voor anderen. Geluk moet gedeeld worden. Je geeft het door aan mensen die graag bij jou zijn en die zich goed voelen bij jou. En omgekeerd ook natuurlijk.

Je geeft het door…

als je vriendelijk bent waar anderen onvriendelijk zijn,

als je helpt waar niemand meer helpt,

als je tevreden bent waar anderen eisen stellen,

als je lacht waar anderen lelijk en triest kijken,

als je kunt vergeven waar anderen een vuist maken.

 

Het dagelijks geluk zit diep in jezelf. Soms zal men zeggen: “Jij bent een idealist, je bent een dromer”. Wel, laat ze maar zeggen, want dromen mag. Uit dromen worden mooie realisaties geboren. Je bent een dromer omdat je steeds in mensen gelooft, omdat je gelooft in het leven en in het feit dat alles anders en beter kan.

Het dagelijks gelukkig-zijn zit diep in jezelf, want menselijk geluk is geen product van technische vooruitgang. Menselijk geluk hangt af van beminnen en bemind worden, en van zoveel kleine dagelijkse dingen die gratis zijn.

Maar vergeet nooit: het geluk bestaat op aarde uit zoveel delen dat er altijd wel ergens een deeltje ontbreekt. Het is een puzzel die nooit volledig in mekaar past.

Met die wijsheid leren leven, dàt is levenskunst, en alleen zo voelt ge u gelukkig.

Raymond Decoster, zonepastoor Halle

Heeft God ook een GSM ?

Als wij hier op aarde allemaal met die dingetjes als een GSM, een tablet of een smart phone rondlopen, dan zal Onze Lieve Heer er ook wel één hebben, zeker, Hij is toch in alles nummer één? Maar ik geloof niet dat God een GSM zal gebruiken als Hij in contact met ons, zijn mensen, wil komen. Ik denk dat het meer voor lokaal gebruik in de hemel zal zijn. Zo kan Hij bijvoorbeeld snel zijn apostelen oproepen als zij weer eens iets verkeerd gedaan hebben. Vooral de gesprekken met Judas (zit die nu in de hemel of in de hel?) en met de portier Petrus zullen regelmatig de lijn bezet houden. En natuurlijk is Onze Lieve Heer het vaak oneens met Petrus, want die laat veel te veel mensen door die hemelpoort binnen. Regelmatig zal God hem via de GSM moeten terecht wijzen en zeggen: “Hoe heb je nu in Mijn Naam die vent kunnen binnenlaten?”

 

Als ge naar boven belt, krijg je op de GSM geen antwoord. Ook al heeft de pastoor of de bisschop het nummer weten te ontfutselen, dan nog zult ge een bezettoon krijgen. Want miljoenen mensen zijn op datzelfde ogenblik bezig om via die hemellijn genoegdoening voor hun goede werken of vergeving voor hun zonden te verkrijgen. Als je toch met de hemel wil bellen, doe het dan met de vaste lijn. Daarboven wordt een immense hemelcentrale bemand door 75 engeltjes die verantwoordelijk zijn voor 7 miljard inkomende lijnen. Waarom maar 75 engeltjes, zal je zeggen. Wel, omdat ook daar alles geautomatiseerd is. Of misschien ook daar besparingen?

 

Ik zou mij kunnen indenken dat je bij het bellen het volgende antwoord krijgt: “Je bent verbonden met de hemel. Wil je vergiffenis van je zonden, druk op 1. Wil je langer leven? Druk op 2. Wil je een VIP-loge van Petrus? Druk op 3. Wil je een bijdrage storten voor Pax Christi of het Rode Kruis, maak dan het bedrag over op ons rekeningnummer 000-000000-01.

Wil je met de paus spreken? Dan ben je te vroeg, want hij zit nog in Rome en dus nog niet hier”.

Neen, indien je echt met God wil spreken, dan lijkt het persoonlijk gebed mij toch een geschikter idee. Dat is beter en directer. Want zoals een protestantse dominee ooit zei:

“Er is altijd een lijntje naar boven”.

Trouwens, God had geen GSM nodig om aan Maria te vragen of ze moeder wou worden van Jezus. Hij stuurde zijn engel en Maria zei ‘JA’. En zo werd Gods liefde werd zichtbaar op deze wereld.

Raymond Decoster, zonepastoor Halle