Zonenieuws

BEZINNINGSMOMENT 

Voormalig deken Raymond Decoster trakteert ons elke week op een mooie bezinningstekst.


Dank u wel voor deze mooie geste!

Profeten roepen op om adventsmensen te zijn

 

We naderen stilaan weer het grote kerstgebeuren… nog twee adventszondagen en we vieren opnieuw de geboorte van Gods Zoon. Al eeuwen vieren mensen de Advent, en echt niet zomaar!


Met het oog op de komst van Jezus willen wij de ‘weg bereiden’ in ons eigen leven en in onze wereld. Advent is immers op de eerste plaats een oproep om tijd en plaats te maken voor God, een God die zich elke dag toont in mensen. In de mens met het vrolijke gezicht, maar ook in de mens die lijdt en roept om bevrijding. Laat God niet zomaar voorbij gaan, want Advent zegt dat je als mens van deze tijd iets mag verwachten.  Dus wees waakzaam, hoop en kijk uit.

Als je niets of niemand meer te verwachten hebt, dan hou je het niet vol. Gelovigen wachten op Iemand die al onze verwachtingen kan waarmaken, en die wij God noemen. Een God die vertrouwen heeft in mensen en bij mensen aanklopt en vraagt om zijn handen en hart te zijn.

Want Hij heeft zijn vertrouwensmensen nodig omdat er nog honger en armoede is, omdat er nog steeds mensen lijden, ook in eigen omgeving. Het is dus de hoogste tijd om op te staan en je handen aan de ploeg te slaan.

 

Dat hebben door de eeuwen heen mensen die iets van God vermoedden ook gezegd.

Ooit droomde Jesaja van een wereld waarin wolf en lam samen zouden grazen, en het kind zijn hand zou steken in het hol van de slang. Jesaja droomde dat de Man Gods dit zou waarmaken. Hij geloofde dat God zijn Zoon, de lijdende Dienaar, aan de wereld zou geven om de mensen het heil aan te reiken. En dus is de boodschap van de profeet Jesaja een oproep tot vertrouwen in God, in de mens, in jezelf.

 

En dan kwam Johannes de Doper, neef en tijdgenoot van Jezus. Hij verwijst naar Jezus, wiens liefde sterker is dan de onze, en wiens weg wij moeten bereiden. Johannes is net als Jesaja een dromer, een profeet die oproept tot bekering, tot radicale verandering in denken en doen. Johannes gebruikte daarvoor Jesaja’s hoopvolle woorden: ”Maak de weg voor de Heer vrij en de hele mensheid zal de redding zien die God brengt”.

Als je eerlijk christen wil zijn, moet je jezelf durven afvragen waar er in jouw eigen leven bochtige wegen en hobbelige paden zijn, en waar er in jouw eigen leven en op wereldvlak ravijnen moeten opgevuld worden. Denken we maar aan de kloof tussen rijk en arm. Er is nog zoveel te doen en te veranderen vooraleer we echt Kerstmis kunnen vieren.

Ook aan Johannes werd de vraag gesteld: “Wat moeten we doen?” Want gedoopt zijn is niet voldoende, en woorden van bekering spreken is ook niet voldoende. Johannes antwoordt: “Wie dubbele kleding heeft, moet delen met wie niets heeft!” Hij stelt geen buitensporige eisen, dit zou voor een christen vanzelfsprekend moeten zijn. Immers, een maatschappij die er niet in slaagt haar leden een behoorlijk bestaansminimum te verzekeren, kan moeilijk christelijk genoemd worden. Johannes vraagt om een echte evangelische en sociale solidariteit met de kleinen in de maatschappij, hen binnen halen in je aandacht en je kring.

 

Naast Johannes is Maria dé adventsfiguur bij uitstek. Haar boodschap aan ons is haar

ja-woord. Ze zei ja tegen het leven, ja vooral tegen God door helemaal beschikbaar te zijn. Zij zou immers de Zoon van God ‘open-baren’. Bovendien was zij voor iedereen dienstbaar. Haar moeder-zijn is voor ieder van ons een uitnodiging om je open te stellen, zorg te dragen en daarin te volharden. Gewoon dienstbaar zijn, opdat wij, net als Maria, adventsmensen zouden worden.


Raymond Decoster, gepensioneerd zonepastoor Halle