Zonenieuws

ZONE NIEUWS :

REGIO-VORMING

Voor alle duidelijkheid…

 

Over een paar dagen begint de maand september, en dan heb ik hier niet over een nieuw schooljaar, wel over een nieuw werkjaar met een totaal nieuwe structuur in ons bisdom, meer bepaald in ons vicariaat Vlaams Brabant en Mechelen. En ook een verandering in ons dekenaat…

 

Hertekening van het pastoraal landschap

Uitgangspunt is dit: ons vicariaat telt momenteel 15 dekenaten en daarvoor zijn er nog 11 dekens beschikbaar. Deze situatie is niet langer werkbaar en houdbaar. Vandaar werd er een reorganisatie uitgewerkt die de 15 dekenaten vervangt door 4 pastorale regio’s, genoemd naar de voornaamste steden: Halle, Mechelen, Leuven en Tienen.

En dus zijn er ook maar 4 dekens nodig. Ik ben de oudste van onze dekengroep, en speelde al een tijdje met de gedachte om stilaan wat af te bouwen…Ik wou dus in geen geval nog kandidaat-deken zijn. En zo wordt Marc Boulanger, huidig deken van Asse,  regiodeken voor Halle, maar hij blijft in Groot-Bijgaarden wonen. Het nieuwe historische gegeven is dus dat de deken van regio Halle niet in Halle zal wonen. In de praktijk zullen de mensen zelf niet veel merken van deze verandering, het is nochtans administratief en organisatorisch een heel grote stap.

 

Mijn situatie daarin

Uiteraard krijg ik daar nu heel veel vragen rond, de mensen begrijpen het allemaal niet zo goed. Om kort en duidelijk te zijn: neen, ik ga niet op pensioen, en bijgevolg verlaat ik Halle ook niet. Ik blijf wonen in de dekenij, en blijf zonepastoor en dus ook verantwoordelijk priester voor 5 kerken.

Ik voel mij dan ook niet gedegradeerd, het is mijn eigen vrije en bewuste keuze om geen deken meer te zijn. Het was trouwens 27 jaar geleden ook nooit mijn ambitie om deken van Halle te worden.

Vermits ik dus pastoor blijf van 5 parochies, zal ik ook niet echt veel minder werk hebben, maar wel een bevrijdend gevoel van minder verantwoordelijkheid. Niet alle vragen en problemen zullen op mij blijven afkomen. De maandelijkse ganse dag Mechelen voor de dekenvergadering valt weg, ik ben dan geen voorzitter meer van de Vereniging Parochiale Werken, een vzw die 27 parochies omvat, ik heb geen enkele opdracht meer in dekenaat Lennik, en dus ook geen dubbele vergaderingen meer met de dekenale ploegen van Halle en Lennik. Wel heeft de bisschop gevraagd om nog één jaar vormheer te blijven.

Concreet: als ik vanaf 1 september geen deken meer ben, moeten jullie mij ook zo niet meer aanspreken. Vanaf volgende week zal ik dus achter mijn naam ‘zonepastoor’ melden.

En na 12 jaar eindigt dus ook mijn mandaat als deken van Lennik, met dank voor het vertrouwen.

 

Het parochieblad

Elke week schrijf ik een artikel voor mijn parochieblad in Halle. Omdat ik er dan toch mijn tijd en werk ingestoken heb, en tevens als vorm van contact met mijn beide dekenaten stuurde ik mijn aanbod elke week door naar alle bladen van Lennik en Halle, wat door bijna iedereen werd opgenomen.

Nu ik geen deken meer ben, stelde ik mijn bijdrage in vraag. Op een dekenale vergadering met de  priesters polste ik naar hun verwachtingen, en iedereen ging akkoord dat ik mijn artikel bleef doorsturen, wat ik dan ook graag doe.


Nog een nieuw zonaal gegeven

Tweede Pinksterdag zakte ik op een trap in de basiliek voor de vierde keer op 7 jaar door mijn heup. Mijn prothese komt dan los uit de kom, met als gevolg 2 dagen kliniek. Onder volledige narcose wordt die prothese dan weer op haar plaats getrokken. Dat kan en zal dus nog wel eens gebeuren. Omdat die onzekerheid en angst op de duur onleefbaar wordt, zijn er gesprekken aan de gang met dokters in de kliniek over de opportuniteit of een nieuwe operatie kan overwogen worden.

Omdat de bisschop ook op de hoogte is van dat nieuw heupprobleem, en ook weet dat het de voorbije maanden allemaal wat veel werd voor mij, vroeg Mgr. Vanhoutte of ik gedurende één jaar een jonge priester zou willen ‘opvangen’ die nog één jaar moet studeren, maar tijdens de weekends vrij is om in onze pastorale zone een handje toe te steken.

Het gaat over Servaas Bosch (zie foto), een late roeping van 38 jaar, die al een universitair diploma in de economie behaalde en enkele jaren heeft gewerkt, om dan toch naar het seminarie te gaan. Hij werd 2 jaar geleden tot priester gewijd en is daarna in Rome gaan studeren. Als echte ‘volgeling van Cardijn’ is zijn specialisatie de sociale leer van de Kerk. Hij moet nog één jaar aan zijn doctoraatsthesis werken, maar dat kan van thuis of vanuit de bibliotheek in Leuven.

Tot onlangs woonde hij bij zijn ouders in Schepdaal, maar die zijn begin deze maand naar Limburg verhuisd. Vermits Servaas tot ons bisdom behoort, en gezien zijn roots in het Pajottenland liggen, kwam de vraag van de bisschop of hij een jaar in Halle kon komen wonen om dan in het weekend mee pastoraal actief te zijn. Er werd voor hem een appartement gevonden op de Ninoofsesteenweg,.

Officieel wordt Servaas voor één jaar benoemd als meewerkend weekendpriester. Het is  de bedoeling dat hij na zijn doctoraat in het onderwijs benoemd wordt.


Raymond Decoster, deken

Verloren, gevonden en dankbaar


In de 3 parabels die Jezus volgende zondag vertelt, gaan mensen eerder op een ongewone manier om met wat verloren is. De herder vindt dat ene verloren schaap zo belangrijk dat hij de 99 andere schapen achterlaat om op zoek te gaan naar dat ene schaap dat hij is kwijt geraakt. Niet erg verstandig, zou je kunnen zeggen. Wie zet nu de veiligheid van een hele kudde op het spel voor één enkel dier?

Zo bezit een vrouw 10 zilverstukken, maar verliest er één. Zij kuist en doorzoekt uitvoerig

haar huis, vindt het en roept daarna de hele buurt samen om te delen in haar vreugde. Is dat niet een beetje overdreven? Waarom zoveel ophef maken voor één enkel muntstuk?

Een man had 2 zonen. De jongste wil zijn kans wagen in het leven, en eist zijn deel van de erfenis op. Hij krijgt wat hem rechtmatig toekomt en vertrekt. Ver van huis raakt hij al vlug aan lager wal. Totaal uitgeput, beroofd en verhongerd keert hij terug naar huis.

Zijn vader

staat hem vol medelijden op te wachten, en richt een feest aan omdat zijn zoon weer bij hem is. Hoe naïef, zou je dan kunnen denken. Hij geeft de jongste zoon een nieuwe kans, zonder enige waarborg naar de toekomst toe. En door zo te handelen, lokt hij bovendien het protest van de oudste zoon uit, wat een beetje begrijpelijk is.


Waarom vertelt Jezus deze parabels? De Farizeeën en Schriftgeleerden ergeren zich aan zijn gedrag, niet alleen omdat het ongewoon is, maar ook omdat Hij op die manier hun religieuze opvattingen over God, over zonde en vroomheid met de voeten treedt. De inhoud van de parabels is zo raak gekozen dat het niet anders kan of zij zien er zowel Jezus’ optreden in als hun eigen selecterende moraal en godsdienstigheid.

De herder op zoek naar dat ene schaap, de vrouw op zoek naar haar muntstuk, en de vader op uitkijk naar zijn jongste zoon, bevinden zich in hun midden. Voorts wordt in de 3 verhalen de betrokken persoon sterk aangegrepen door wat gebeurt. Het verlies doet pijn, en men heeft er alles voor over om dit te herstellen. De herder wil zijn 100 schapen terug, de vrouw haar 10 zilverstukken, de vader zijn 2 zonen. Het zijn gelijkenissen over barmhartigheid, vergeving en verzoening.

 

Vandaag voelen veel mensen zich verloren,  tekort gedaan, aan hun lot overgelaten. De houding van de herder, de vrouw en de vader is illustratief voor de voorkeurliefde van Jezus voor de zwakken, en bevat een duidelijke uitnodiging voor ieder van ons. We weten uit eigen ervaring hoe broos en kwetsbaar wij zijn in momenten dat het moeilijk gaat, dat we ontgoocheld of verdrietig zijn. Maar God is barmhartig. “Deelt in mijn vreugde”, zegt Hij, als Hij zondaars in de armen sluit. Hij wacht ons op, net zoals die vader in het evangelie die vol vreugde zijn zoon omhelst en feest viert. Laten ook wij vreugdevolle medewerkers zijn van Gods barmhartigheid en liefde door te getuigen dat Zijn liefde uitgaat naar alle mensen, maar in het bijzonder naar diegene die van het juiste pad is afgedwaald en de moed opbrengt om de stap terug te zetten.


Raymond Decoster, zonepastoor

De Bijbel, een geïnspireerd en inspirerend boek

Evangelisatie is een werkwoord

Het pastoraal project ‘Nieuwe wegen banen’ dat hulpbisschop Leon Lemmens zaliger een kleine 10 jaar geleden lanceerde, komt maar moeizaam op gang. Nog maar een goeie 20 zones van de 70 zijn erkend. Toch blijft dit ook een prioriteit van Mgr. Koen Vanhoutte en de pastorale regio’s.

Zulke zone telt 3 geledingen: de zoneploeg, de zoneraad en de economische raad.. En in die zoneploeg zitten de pastores en een verantwoordelijke voor de 4 pastorale velden: catechese, diaconie, evangelisatie en het tijdelijke, de veldwerkers genoemd.

Ik pik er even ‘evangelisatie’ uit. Waar catechese periodiek op een vast doelpubliek is gericht

(doop, eerste communie, vormsel) is evangelisatie veel ruimer. Je herkent er het woord ‘evangelie’ in, zoals in ‘vertrouwen’ het woordje ‘trouw’ primeert.

Evangeliseren is veel meer dan het evangelie lezen en er over mediteren, het is ook op allegetuigenis afleggen van dat evangelie, het beleven.

Jaren geleden verscheen er een succesvol boek van Fons Van Steenwegen met als titel “Liefde is een werkwoord”. Inderdaad, aan liefde moet gewerkt worden. Twee mensen die huwen, moeten hun liefde elke dag opnieuw waarmaken. Hun ja-woord moet elke dag vernieuwd worden, huwelijksliefde is een teer plantje dat elke dag moet begoten worden.

Soms zeg ik dat ook in de Eucharistieviering bij de vredewens. Vrede is een werkwoord. Het was de belofte van Jezus aan zijn leerlingen, maar die vrede is nog ver weg, er is nog werk aan de winkel. We moeten niet enkel elkaar vrede wensen, maar zelf mensen van vrede zijn, we moeten er voortdurend zelf werk van maken.


Bijbel als inspiratiebron

De Bijbel is een fascinerend boek. Teksten die soms meer dan 3000 jaar oud zijn, weten ons ook vandaag nog te boeien en te inspireren, terwijl de moderne mens de krant van gisteren vandaag reeds als achterhaald beschouwt. Wat maakt dat de Bijbel zoveel eeuwen heeft overleefd? Wat is het geheim van dit boek dat wij het vandaag nog steeds lezen en er ons eigen leven in herkennen? Wordt het geen tijd om dit meest invloedrijke boek aller tijden te herontdekken?

Zeker, de Bijbel is geen boek als andere boeken. Voor gelovige mensen is het een geïnspireerd boek; een ‘onmetelijke schatkamer’ zegt Edith Stein, een onuitputtelijke bron van inspiratie voor wie bereid is zich ervoor open te stellen. En dus ook een inspirerend boek!

Maar al te vaak blijft de Bijbel ook een gesloten boek. Voor zoveel mensen die vandaag op zoek zijn naar antwoorden op de grote vragen van het leven, is dit meer dan een gemiste kans.

Daarom zouden we er alles moeten aan doen om de Bijbel toegankelijk te maken voor alle mensen: jong en oud, laaggeschoold of hooggeschoold, iedereen moet de kans krijgen toegang te krijgen tot die wondere en rijke wereld van de Bijbel. Misschien gaat iemand dan merken dat het verhaal over de uittocht uit Egypte, dat de profetische kritiek op onrecht en uitbuiting, dat de liefdesgedichten uit het Hooglied óók over ons gaan. Misschien wordt de persoon van Jezus van Nazareth een klein beetje concreter, komt Hij wat dichter en slaat er een vlam van zijn inspiratie op ons over.

De kracht van de Bijbel ligt er ook in dat hij alle christenen verbindt, over de grenzen van hun eigen traditie heen. Ook dat is een reden tot vreugde. Protestant of katholiek, het maakt niet uit, als de Bijbel spreekt, dan vallen de grenzen die wij stellen als vanzelf weg, dan staan we op gemeenschappelijke, heilige grond.

 

Bijbelgroep

Ook vandaag kunnen Bijbelverhalen nog mensen samenbrengen. In de pastorale zone Halle komen op 2 plaatsen (Sint Martinus en Don Bosco Buizingen) elke maand of tweemaandelijks een groepje mensen samen, onze bijbelgroep, om de lezingen van de volgende zondag te lezen, biddend te overwegen en toe te passen op hun eigen leven. Ook jij bent daar welkom. Wij vinden dat deze Bijbelgroepen een forse bijdrage kunnen leveren tot de evangelisatie binnen onze zone. Mochten we iets gewaar worden van het wonder dat achter de Bijbel schuilgaat: de Levende die tot spreken komt en het gezicht krijgt van een God van barmhartigheid en rechtvaardigheid, een God van Liefde.


Raymond Decoster, zonepastoor

VLAAMSE VREDESWEEK

Mag het wat méér zijn?

België zetelt in 2019 en 2020 in de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties. Onder het moto “Consensus smeden. Bouwen aan vrede”, voerden Belgische diplomaten de afgelopen jaren campagne om die zetel in de wacht te slepen.

Tijdens de Vredesweek die loopt van 21 september tot en met 2 oktober, voert Pax Christi Vlaanderen actie om deze mooie woorden om te zetten in concrete daden.

 

In 1990 vond voor het eerst de Vlaamse Vredesweek plaats. De Berlijnse muur was net gevallen, de Koude Oorlog was op zijn einde gekomen. Nu de spanningen tussen Oost en West wegvielen, leek de droom van vrede dichterbij dan ooit. De eerste Vredesweek riep op tot ontwapening. In plaats van oorlog te voeren, was nu de tijd gekomen voor ontwikkeling.

De drie afgelopen decennia bleef de Vredesweek inzetten op uiteenlopende maatschappelijk en politieke kwesties, en dat dus nu voor de dertigste keer. Een reden tot feesten, zoals de taart op de affiche suggereert? Het feit echter dat de Vredesweek nog altijd bestaat, bewijst het tegendeel: 30 jaar na het einde van de Koude Oorlog blijft investeren in vrede meer dan ooit noodzakelijk.

 

Oorlog en geweld maken de afgelopen jaren opnieuw sterk opgang. Het aantal landen die in conflicten verwikkeld zijn, bereikte in 2016 de hoogste piek in de voorbije 30 jaar, waarin het aantal dodelijke slachtoffers door oorlogsgeweld vertienvoudigde.

De menselijke en economische tol van zoveel geweld is enorm. In 2018 bereikte het aantal vluchtelingen en intern ontheemden een pijnlijk historisch record van bijna 69 miljoen mensen. Nooit waren meer mensen op de vlucht voor oorlog en geweld.

Het kan anders! Landen zouden conflictpreventie en vredesopbouw centraal moeten stellen in een ambitieus veiligheidsbeleid. Het redt mensenlevens en is een efficiënte investering in de toekomst.

Ook de federale regering in ons land moet zich dringend engageren in vredesopbouw. Het lidmaatschap van de VN-veiligheidsraad is het moment om het verschil te maken, een uitstekende gelegenheid om als land opnieuw een concrete voortrekkersrol te spelen in internationale vredesdebatten. Dat kan via investeringen in vredes- en maatschappijopbouw. Enkel op die manier kan België zich op het internationale toneel opwerpen als een geloofwaardige vredesbouwer.