Zonenieuws

ZONE NIEUWS :

Verrassende verwachtingsverhalen

In volgend artikel wil ik even stilstaan bij de twee komende zon- en feestdagen: de Tenhemel-opneming van Maria, en enkele dagen later de twintigste zondag doorheen het kerkelijk jaar, waarin Jezus zegt: “Vuur ben ik op aarde komen brengen”

Poort van de hemel


Het gebeurt dat mensen, nog tijdens hun leven, uitgroeien tot een symbool waarin de verwachting van een heel volk belichaamd wordt. Zo iemand was Mahatma Gandhi voor de Indiërs, Nelson Mandela voor zwart Zuid-Afrika en Mgr. Romero voor de Salvadorianen.

Zij zijn de verpersoonlijking van de strijd voor vrijheid en rechtvaardigheid, en daarom zijn zij boven zichzelf uitgegroeid tot een teken van hoop waaraan velen zich optrekken.

Terecht mogen wij veronderstellen dat Maria zo iemand is geweest voor de eerste christenen.

Onder het Joodse volk leefde de verwachting naar de Messias. Maria belichaamt deze hoop. In haar is de eeuwenlange trouw van Jahwe aan zijn uitverkoren volk zichtbaar geworden. In haar is God komen wonen, in haar groeide het Kind van de belofte, in haar vindt het verbond zijn uiteindelijke vervulling. Zo stijgt Maria ook boven zichzelf uit en wordt zij de Moeder van Gods Zoon.

Misschien ligt hier de verklaring van het feest dat wij donderdag vieren. Het is gegroeid uit de spontane overtuiging van generaties christenen voor wie Maria, als Moeder van Jezus, wel gestorven is, maar meteen werd opgenomen in de heerlijkheid van haar Zoon. Daarom blijft zij nu voor ons een teken van hoop en verwachting.

Na de verrijzenis groeit bij de apostelen stilaan de paaservaring. Het besef dat Jezus verrezen is en leeft bij de Vader, dit geloof van de jonge Kerkgemeenschap werd van bij het begin doorgetrokken tot Maria. Ook aan haar gebeurt het Pasen van de Heer. En daarom wordt zij terecht ‘de poort van de hemel’ genoemd. Haar tenhemelopneming tekent voor ons de belofte uit dat wij eens door de poort die haar Zoon voor ons geopend heeft, de vreugde van het eeuwig leven zullen binnengaan.

Zo stijgt Maria ook boven zichzelf uit en wordt zij voor heel de gelovige gemeenschap de voorafbeelding van de hoop op een toekomst over de dood heen. Met het feest van morgen vieren wij niet alleen Maria, maar bezingen wij en spreken wij ook onze dankbaarheid ten aanzien van God uit. Hij liet ons, door Maria, in Jezus de voltooiing zien die wij allen mogen verwachten. Zalige hoogdag !

Hij brengt vuur

Christen zijn is een ernstige zaak. Het Rijk Gods dat heel centraal staat in de verkondiging, bevat een aantal duidelijke waarden die geen geschipper toelaten. Het is geen neutraal project

dat past in om het even welke maatschappij of cultuur. Integendeel, het legt prioriteiten: de mens, het welzijn van armen en misdeelden, oprecht Godsgeloof, inkeer, naastenliefde…

Het ‘vuur’ waarover het evangelie spreekt, kan dus verschillende betekenissen hebben. Het doet denken aan de Geest die op Pinksteren in vurige tongen over de leerlingen kwam. Toen werden ze begeesterd, in vuur en vlam gezet, toen brak in hen een enthousiasme door dat hen overal uitstuurde om te getuigen van hun geloof in de gekruisigde en verrezen Heer Jezus.

Tot op vandaag is het vertrouwen in Zijn nabijheid en in de belofte van het Rijk Gods als een fakkel die nooit ophoudt te branden, omdat hij voortdurend wordt doorgegeven van individu naar individu, van gemeenschap tot gemeenschap.

Vuur geeft licht en warmte. De uitnodiging die van Jezus’ persoon en van zijn boodschap uitgaat, zet mensen in beweging. Dat vuur laat mensen groeien in eerlijkheid, in bewogenheid voor elkaar en in openheid voor God. Het is een proces dat stille vreugde teweeg brengt.

Misschien kan het stilaan duidelijk worden dat de woorden uit het evangelie niet zo scherp bedoeld zijn als je aanvankelijk dacht. De radicaliteit die eruit opklinkt, komt voort vanuit een oprechte bekommernis voor de mens en zijn geluk. Dit is voor Jezus het enige vuur dat Hem verteert en waaraan Hij alles prijsgeeft. Het is het vuur van de liefde dat in Hem oplaait.

Het zou jammer zijn indien Jezus’ voorbeeld zó aanstekelijk is dat het verdeeldheid zou zaaien tussen hen die wel of niet voor Hem kiezen. We zouden het betreuren dat het geloof in zo een milde persoon zou aanleiding geven tot conflicten. Toch opteert Jezus niet voor een kleurloze eensgezindheid of een oppervlakkige vrede die elke confrontatie vermijdt. Hij weet wat Hij wil en gaat recht door zee. Jezus wenst zijn leerlingen een radicaliteit toe die geen mensen tegen elkaar opzet, maar kiest voor de gekwetste mens, en Hij maakt hen tot een levend appèl voor een authentiek geloof.


Raymond Decoster, deken

Op bezoek in de O.L.-Vrouw van Halle-kerk in… LONDEN

In Engeland, in hartje Londen staat er een kerk genoemd naar O.L.-Vrouw van Halle.

Lees hier de verrassende geschiedenis van dit kerkgebouw met bijgaande foto.

We schrijven 1919. De eerste wereldoorlog stortte Europa in chaos. De paters van Scheut zoeken een veilige plek van waaruit ze de vele missies kunnen leiden. Al snel denken ze daarbij aan Groot-Brittanië. Vele Belgische vluchtelingen wonen al in Londen, en een kerk in Londen zou zowel een toevluchtsoord kunnen zijn voor deze Belgische gemeenschap, én tevens een goede vertrekbasis vormen voor de missieactiviteiten.

Uiteindelijk kiezen ze voor de wijk Camden town, mede vanwege de goedkope grondprijs.

In 1922 bouwen ze een kleine kapel. Al snel barst de gemeenschap uit haar voegen, vooral als de Ierse gemeenschap er zich ook vestigt.

In 1933 geven de paters de Ierse architect Wilfred Mangan de opdracht om een kerk te bouwen met aandacht voor de Belgische wortels van de gemeenschap.

Een kopie van het 13-de eeuwse beeld van Onze Lieve Vrouw van Halle uit de Sint-Martinusbasiliek krijgt een definitieve plaats in een kapel aan de zuidkant van de kerk. Want, zo luidde het, toen de stad Halle in 1489 en 1580 belegerd werd, zou Maria van op de stadswallen de kanonballen in haar schoot hebben opgevangen en de stad beschermd.

De kerk O.L.-Vrouw van Halle in Camden town is vanaf dan de thuis van vele gelovigen.

Misschien nog een interessante, late vakantietip!?

Iemand die aan je denkt

Onderweg naar één van mijn kerken voor de wekelijkse zondagsviering houdt een opgestoken vrouwenhand mij tegen. Veel tijd valt er niet te verliezen, want er rest mij maar een paar minuten, en er dienen nog enkele afspraken gemaakt te worden.

Toch even luisteren. “Je hebt de groeten van Fons en Hilda uit Maleizen-Overijse.”

Och ja, oud-parochianen, waardevolle medewerkers en allerbeste vrienden van het eerste uur. Ik heb hun kinderen nog getrouwd en de kleinkinderen gedoopt en zien opgroeien tot speelse rakkers. Onverwacht doorbreken deze groeten de grijze vermoeidheid van die regenachtige zondagmorgen. Mensen die aan mij denken! De hele dag kleurt meteen anders.

“ Ik bel ze wel, maar wil je toch ook mijn groeten overbrengen als je hen nog eens ziet?”, waarop zij antwoordt: “Zal ik zeker doen!”

Beste lezers, staan we erbij stil hoeveel mensen aan ons denken? Zoveel draden verbinden ons met elkaar, een heel internet van gedeeld lief en leed. Ouders die denken aan hun kinderen, zeker als ze ver van huis wonen of voor een belangrijk moment staan. Of omgekeerd, kinderen die bekommerd zijn hoe de oude vader of moeder het nu wel stelt, of hoe de grootouders de dag zullen doorkomen, en of ze alles wel hebben wat nodig is. Of de meester of juf die zich afvragen hoe ze morgen hun leerlingen kunnen boeien. Of vrienden die na de discussie van de avond voordien, spijt hebben over een te vlug gesproken woord, en die hopen dat de andere het niet kwalijk neemt.

 

Ga het na eens na bij jezelf: hoeveel mensen passeren per dag niet de revue in je gedachtenwereld? En omgekeerd, hoeveel mensen zijn er niet die echt om je geven zonder dat je het beseft? Mensen die je een eigen plaats geven in hun hart, in hun vriendschap. Als we dat eens zouden weten van mekaar. Daar zouden de facebooks, twitter en andere (a)sociale

netwerken van deze tijd bij verbleken.

Zoveel lieve mensen nemen een belangrijke plaats in mijn leven in. Ik wil natuurlijk niet naïef zijn, soms sakkeren en vloeken we ook wel eens op elkaar Of we stapelen de vooroordelen op zonder ons af te vragen of ze wel gegrond zijn. Maar al vlug vegen we de spons erover.

 

En toch, meer dan we beseffen zijn mensen met elkaar bezig en hebben ze daar ook nood aan. Mensen hebben een tochtgenoot nodig op hun levensweg. Die nood aan verbondenheid reikt zelfs over de dood heen. ‘Denken aan’ wordt dan ‘bidden voor’. En bidden is nog sterker dan denken, want dan betrek je God in je zorg voor de ander. Wat een kracht is het niet om te kunnen en te mogen geloven dat God zelf met ons bezig is. Zijn liefde omvat alle mensen, zowel jeugd als bejaarden. Dat is het verhaal dat de Bijbel ons vertelt: de naam God betekent: Ik ben er voor jou, Ik denk aan jou, Ik geef om jou.

Het geeft me een warm gevoel te weten dat Hij om mij geeft, méér dan ik vermoed. En het mag mij helpen om op mijn beurt tijd te maken voor Hem. De Bijbel nodigt ons uit om God en alle mensen, veraf en dichtbij, te betrekken in mijn leven.


Raymond Decoster, deken

Gebed om herscholing

We naderen stilaan de maand september, het begin van een nieuw schooljaar. Maar niet alleen kinderen en jongeren moeten weldra weer naar school, heel het leven is een leerschool voor ieder van ons, welke leeftijd ook. Het is nooit te laat om je kennis te verruimen.

Een kans om bij te scholen en/of te herscholen. Volgende tekst staat vol levenswijsheden, de moeite waard om er voor te gaan en ook eens voor te bidden.

Om herscholing in wijsheid bidden wij, om kennis die tot leven strekt en bekwaming tot bevrijding.

Daarom bidden wij om een nieuw gevoel voor taal in het luisteren naar verdrukten en minderheden. Dat wij een scherp gehoor ontwikkelen voor de taal van profeten.

Dat wij diep geraakt en wezenlijk veranderd worden door de noodroep van de machtelozen,

voor het stil protest van alle sprakelozen.

Om een nieuw besef van historie bidden wij. Dat wij onze geschiedenis omgekeerd leren waarderen: niet vanuit de overwinnaars maar vanuit de overwonnenen; niet vanuit de meesters maar vanuit de slaven.

Dat wij leren van ons verleden door te luisteren naar hen die de dupe zijn van onze beschaving.

Om een nieuw begrip van aardrijkskunde bidden wij: dat wij de plaatsen van het onrecht leren kennen. Dat wij weten waar vandaag het bijbelse Egypte ligt en waar de slaven wonen van de moderne ‘farao’s’. dat wij hoopvol keren wedden op de verdrukten die zichzelf organiseren.

Om een nieuwe kennis van de natuur bidden wij. Dat wij leren kiezen tussen scheppen of vernielen. Dat wij de opslagplaatsen van de dood ontmaskeren en onze strijd niet opgeven voor een menswaardig leefmilieu.

Om een nieuwe methode van rekenen bidden wij: dat wij ons oefenen en bekwamen in het vermenigvuldigen door te delen. Dat uitgerekend het gebaar van breken en delen het teken wordt van overleven.

Om een nieuwe manier van zingen bidden wij : dat wij taal en toon voor toekomst vinden.

Dat wij onze nationale liederen en onze kerkgebonden hymnen te buiten zingen. Dat wij toeleven naar werkelijke verbondenheid met alle mensen die opstaan uit hun verdrukking.

Om herscholing in wijsheid bidden wij, om kennis die tot leven strekt, om vaardigheid tot vrede en bekwaamheid tot bevrijding.


Jan van Opbergen

Vertrouwvol uitzien naar een nieuwe start

Het einde van de zomer is in zicht. We hadden een tropisch warme maand juli, augustus daarentegen bracht nogal wat regen. Zal september ons nog verrassen op een mooi nazomertje? Laten we hopen!

Begin september is ook elk jaar opnieuw het begin van een nieuw werk- en schooljaar. De tijd van rusten en luieren is voorbij. De landbouwers zijn druk bezig op hun velden, voor hen is dit zowat de drukste periode van het jaar. Ze kunnen nu letterlijk de vruchten plukken van hun harde werk. Hoewel, ondanks zijn enorme inzet, blijft de boer afhankelijk van het weer en van de natuur.

September betekent echter niet enkel ‘opnieuw naar school’. Voor wie actief is in het sociale leven wordt de vergaderdraad ook weer opgenomen. Ook het parochiale leven komt dan weer op gang. Niet dat alles stil lag in onze parochies tijdens die twee vakantiemaanden, maar er waren toch veel vrije avonden zonder vergaderingen. Maar eenmaal september is aangesneden, is de vakantiesfeer echt weg, dan wordt het weer menens. Gedaan met de vrije avonden.

In het zo drukke parochieleven rekenen wij ook op de inzet van vrijwilligers., mensen die zich elk jaar opnieuw mee inzetten om de molen draaiend te houden. Al onze waardering en dank gaat naar deze onmisbare vrijwilligers. Bij deze een uitnodiging om niet aan de kant te blijven staan, maar eens nagaan waar men je nodig zou kunnen hebben.

 

Ondertussen openen straks de scholen ook weer hun poorten. Een start die weinigen onberoerd laat. Ook al zijn wij zelf  inmiddels al lang de schoolbanken ontgroeid, op één of andere manier delen we mee in heel die septemberheisa rond een nieuw schooljaar. Al was het maar door de toegenomen drukte op onze straten en stadsparken.

Voor veel (groot)ouders is het wellicht even wennen wanneer je (klein)kind voor het eerst naar de kleuterschool gaat. Je vertrouwt je kleine spruit toe aan de goede zorgen van de juf of de meester. Je koestert de stille hoop dat zij je kind evenveel warmte en liefde geven als jij zelf doet.

Zo een eerste schooldag is een beetje een sprong in het duister. Je moet afstand nemen en je kind de kans geven om zijn eigen weg te gaan. Je moet erop vertrouwen dat het wel goed zal gaan. Eigenlijk is heel het opvoedingsproces een weg van vertrouwen. De heilige Johannes van het Kruis schreef ooit: “De boom die verzorgd wordt en het voordeel geniet van een zorgzaam toeziende eigenaar, zal op de gepaste tijd zijn vruchten leveren.”

En waarom zou je als ouder bezorgd zijn als je soms ziet hoe een oudere leerling spontaan naast een wenende kleuter gaat zitten om hem te troosten. Zorgen voor elkaar en je toevertrouwd mogen weten aan de zorgen van anderen, dat is wat christenen ‘naastenliefde’ noemen.

Maar Jezus leerde ons nog meer, namelijk dat we ons allemaal mogen toevertrouwen aan God, die een Vader voor ons allen is. Hij is er altijd en overal voor ons. Dat is niet zomaar een belofte. We zien het in de mensen rondom ons die ons soms heel onverwacht nabij zijn: in die helpende hand of die bemoedigende woorden of in die warme vriendschap die je mag ontvangen wanneer je dat het meest nodig had.

Wij mogen het nieuwe werkjaar en onszelf aan God toevertrouwen, erop vertrouwen dat Hij als een barmhartige Vader het beste met ons voorheeft en ons steeds nieuwe kansen geeft.


Raymond Decoster, deken

REGIO-VORMING

Voor alle duidelijkheid…

 

Over een paar dagen begint de maand september, en dan heb ik hier niet over een nieuw schooljaar, wel over een nieuw werkjaar met een totaal nieuwe structuur in ons bisdom, meer bepaald in ons vicariaat Vlaams Brabant en Mechelen. En ook een verandering in ons dekenaat…

 

Hertekening van het pastoraal landschap

Uitgangspunt is dit: ons vicariaat telt momenteel 15 dekenaten en daarvoor zijn er nog 11 dekens beschikbaar. Deze situatie is niet langer werkbaar en houdbaar. Vandaar werd er een reorganisatie uitgewerkt die de 15 dekenaten vervangt door 4 pastorale regio’s, genoemd naar de voornaamste steden: Halle, Mechelen, Leuven en Tienen.

En dus zijn er ook maar 4 dekens nodig. Ik ben de oudste van onze dekengroep, en speelde al een tijdje met de gedachte om stilaan wat af te bouwen…Ik wou dus in geen geval nog kandidaat-deken zijn. En zo wordt Marc Boulanger, huidig deken van Asse,  regiodeken voor Halle, maar hij blijft in Groot-Bijgaarden wonen. Het nieuwe historische gegeven is dus dat de deken van regio Halle niet in Halle zal wonen. In de praktijk zullen de mensen zelf niet veel merken van deze verandering, het is nochtans administratief en organisatorisch een heel grote stap.

 

Mijn situatie daarin

Uiteraard krijg ik daar nu heel veel vragen rond, de mensen begrijpen het allemaal niet zo goed. Om kort en duidelijk te zijn: neen, ik ga niet op pensioen, en bijgevolg verlaat ik Halle ook niet. Ik blijf wonen in de dekenij, en blijf zonepastoor en dus ook verantwoordelijk priester voor 5 kerken.

Ik voel mij dan ook niet gedegradeerd, het is mijn eigen vrije en bewuste keuze om geen deken meer te zijn. Het was trouwens 27 jaar geleden ook nooit mijn ambitie om deken van Halle te worden.

Vermits ik dus pastoor blijf van 5 parochies, zal ik ook niet echt veel minder werk hebben, maar wel een bevrijdend gevoel van minder verantwoordelijkheid. Niet alle vragen en problemen zullen op mij blijven afkomen. De maandelijkse ganse dag Mechelen voor de dekenvergadering valt weg, ik ben dan geen voorzitter meer van de Vereniging Parochiale Werken, een vzw die 27 parochies omvat, ik heb geen enkele opdracht meer in dekenaat Lennik, en dus ook geen dubbele vergaderingen meer met de dekenale ploegen van Halle en Lennik. Wel heeft de bisschop gevraagd om nog één jaar vormheer te blijven.

Concreet: als ik vanaf 1 september geen deken meer ben, moeten jullie mij ook zo niet meer aanspreken. Vanaf volgende week zal ik dus achter mijn naam ‘zonepastoor’ melden.

En na 12 jaar eindigt dus ook mijn mandaat als deken van Lennik, met dank voor het vertrouwen.

 

Het parochieblad

Elke week schrijf ik een artikel voor mijn parochieblad in Halle. Omdat ik er dan toch mijn tijd en werk ingestoken heb, en tevens als vorm van contact met mijn beide dekenaten stuurde ik mijn aanbod elke week door naar alle bladen van Lennik en Halle, wat door bijna iedereen werd opgenomen.

Nu ik geen deken meer ben, stelde ik mijn bijdrage in vraag. Op een dekenale vergadering met de  priesters polste ik naar hun verwachtingen, en iedereen ging akkoord dat ik mijn artikel bleef doorsturen, wat ik dan ook graag doe.


Nog een nieuw zonaal gegeven

Tweede Pinksterdag zakte ik op een trap in de basiliek voor de vierde keer op 7 jaar door mijn heup. Mijn prothese komt dan los uit de kom, met als gevolg 2 dagen kliniek. Onder volledige narcose wordt die prothese dan weer op haar plaats getrokken. Dat kan en zal dus nog wel eens gebeuren. Omdat die onzekerheid en angst op de duur onleefbaar wordt, zijn er gesprekken aan de gang met dokters in de kliniek over de opportuniteit of een nieuwe operatie kan overwogen worden.

Omdat de bisschop ook op de hoogte is van dat nieuw heupprobleem, en ook weet dat het de voorbije maanden allemaal wat veel werd voor mij, vroeg Mgr. Vanhoutte of ik gedurende één jaar een jonge priester zou willen ‘opvangen’ die nog één jaar moet studeren, maar tijdens de weekends vrij is om in onze pastorale zone een handje toe te steken.

Het gaat over Servaas Bosch (zie foto), een late roeping van 38 jaar, die al een universitair diploma in de economie behaalde en enkele jaren heeft gewerkt, om dan toch naar het seminarie te gaan. Hij werd 2 jaar geleden tot priester gewijd en is daarna in Rome gaan studeren. Als echte ‘volgeling van Cardijn’ is zijn specialisatie de sociale leer van de Kerk. Hij moet nog één jaar aan zijn doctoraatsthesis werken, maar dat kan van thuis of vanuit de bibliotheek in Leuven.

Tot onlangs woonde hij bij zijn ouders in Schepdaal, maar die zijn begin deze maand naar Limburg verhuisd. Vermits Servaas tot ons bisdom behoort, en gezien zijn roots in het Pajottenland liggen, kwam de vraag van de bisschop of hij een jaar in Halle kon komen wonen om dan in het weekend mee pastoraal actief te zijn. Er werd voor hem een appartement gevonden op de Ninoofsesteenweg,.

Officieel wordt Servaas voor één jaar benoemd als meewerkend weekendpriester. Het is  de bedoeling dat hij na zijn doctoraat in het onderwijs benoemd wordt.


Raymond Decoster, deken