Zonenieuws

ZONE NIEUWS :

De roepstem van profeten

We zijn zowat halfweg: over twee weken vieren we Kerstmis, de geboorte van Gods Zoon. Al

eeuwen bereiden christenen zich daarop voor tijdens de Advent. Met het oog op de komst van Jezus willen wij voor Hem de ‘weg bereiden’ in ons leven en in de wereld.

In deze adventsweken horen we de roepstem van 3 grote figuren uit de Bijbelse geschiedenis

De profeet Jesaja droomde van een wereld waarin wolf en schaap vredevol naast elkaar zouden grazen. Hij kondigt een toestand van heil en vrede aan. Die droom van Jesaja is de droom van zoveel mensen op aarde, ook vandaag nog. Het gaat om het verlangen van kansarmen, mislukten, vluchtelingen, mensen aan de rand van onze welvaart die uitzien naar werk en voedsel, kinderen die hopen op gelijke kansen op school. Een verlangen om volwaardig mens te kunnen zijn. Gelovigen wachten op Iemand die deze verwachtingen kan waarmaken, en die wij God noemen. Een God die vertrouwen heeft in mensen en bij hen aanklopt met de vraag om Zijn handen en hart te zijn. Hij heeft dringend nood aan mensen die opstaan en de handen aan de ploeg slaan om honger en armoede uit de wereld te helpen.

Voor velen zal het bij een droom blijven, maar toch is het belangrijk om de hoop levend te houden. 

En zo komen we bij de tweede adventsfiguur: Johannes de Doper, neef en tijdgenoot van Jezus. Hij roept ons op om anders te gaan leven, hij predikt ommekeer. Maar mensen veranderen meestal niet graag. ‘Bekering’ is een woord dat niet goed in het gehoor ligt. Verandering en versobering komt er gewoonlijk maar onder een zekere druk. En die druk voelen wij thans wel. Sociale zekerheid, pensioen, subsidies, werkgelegenheid: hoe lang kan het nog allemaal?

Bestaat de beste weg er niet in om nu reeds kleine stappen te zetten om wat soberder te leven? Maar de profeten roepen nog tot méér op: sluit je deur niet voor je broeders en zusters in nood. Wanneer bisschoppen of organisaties zoals Welzijnszorg oproepen tot grotere solidariteit, dan is dat een moedige daad.

Johannes de Doper is niet enkel een dromer, maar ook een man van de harde aanpak. Hij weet lijnen te trekken en stelt het onrecht aan de kaak. Hij roept op tot radicale verandering in denken en doen. Dàt is mijn taak, zegt hij, maar er is méér, want na mij komt Iemand die groter is dan ik. Johannes verwijst naar Jezus, en voor Hem moeten wij de weg effenen, voor Hem die heel de mensheid komt redden.

Johannes wijst met harde hand de Redder aan die met zachte hand en een warm hart een begin zal maken van een wereld naar Gods droom. De Zoon van God zal onder ons komen wonen. Hij heeft niet de kant van de macht gekozen, maar van de onmacht. Of toch… van de macht van de liefde!  

Als we consequent christen willen zijn, is de Advent de ideale gelegenheid om je af te vragen waar er in je eigen leven bochtige wegen en hobbelige paden zijn, waar er in je eigen leven en in de wereld ravijnen moeten opgevuld worden. Denken we maar aan de kloof tussen arm en rijk. Er is nog zoveel te doen en te veranderen vooraleer we echt Kerstmis kunnen vieren.

Aan Johannes wordt in het evangelie van volgende zondag  de concrete vraag gesteld: “Wat moeten we doen?” Want gedoopt zijn is niet voldoende, en woorden van bekering spreken ook niet, zodat Johannes een zeer klaar antwoord geeft: “Wie dubbel kleding heeft, wie voedsel in overvloed heeft, moet delen met wie niets heeft!”

Hij stelt dus geen buitensporige eisen, dit zou voor een christen vanzelfsprekend moeten zijn.

Immers, een maatschappij die er niet in slaagt haar leden een behoorlijk bestaansminimum te verzekeren, kan moeilijk christelijk genoemd worden. Johannes vraagt om een echte evangelische en sociale solidariteit door de kleinsten in de samenleving binnen te halen, in je 

aandacht en in je kring. Dit jaar gaat – via Welzijnszorg - onze aandacht naar mensen die geen kans hebben om leefbaar te wonen.

Naast Jesaja en Johannes is Maria de derde adventsfiguur bij uitstek met haar boodschap van dienstbaarheid. Daarover wellicht volgende week iets meer.

Beste lezers, profeten lijken ver van ons bed, maar ook nu zijn er de hedendaagse profeten met hun oproep tot gerechtigheid en vrede. Ook wij kunnen kleine profetische daden stellen die het Rijk Gods dichterbij brengen, die van een koude stal een warme wereld maken.

Raymond Decoster, zonepastoor Halle

Ode aan de jeugdbeweging

Mag ik de klok enkele weken terugdraaien? 

Eind november vierden in de verschillende parochies nogal wat chirogroepen hun feest van Christus Koning. En op 22 oktober werd de dag van de jeugdbeweging gehouden. Op die dag gaan een hoop kinderen in scoutshemd of chirobroek of KLJ-uniform naar een ontbijt in hun gemeente, en op school herkennen we hen aan hun sjaaltje of T-shirt, trui of hemd. Heel wat speelplaatsen zullen wel opgefleurd geweest zijn met een bonte mengeling van uniformen met kentekens. Bijgaande foto is al wel enkele jaren oud.

Nergens ter wereld zijn jeugdbewegingen zo populair als bij ons in Vlaanderen. Zij behoren tot de grootste vrijwilligersorganisaties. Een ganse hoop leiders en leidsters verzinnen ieder weekend een heleboel activiteiten. Zelfs tijdens de coronatijd bleven ze springlevend en onderhielden ze contacten met de kinderen. Veel jongeren brengen er hun tijd door en maken vrienden voor het leven. Jeugdbewegingen bieden het ganse jaar een waaier van activiteiten aan met als hoogtepunt het zomerkamp. Ja, de jeugdbewegingen zijn een meerwaarde voor velen, hun werking is immers uniek. In een samenleving waarin amper nog plaats is voor onbezorgd buiten spelen, laten ze heel wat kinderen hiervan genieten. Samen spelen en plezier maken staan centraal.


Jeugdbewegingen blijven populair omdat ieder weekend jongeren hun beste beentje voorzetten om kinderen een aangename namiddag te bezorgen. Ieder weekend wordt er samen een stukje weg afgelegd. Al spelend zich inzetten voor elkaar en voor iedereen die we op onze weg ontmoeten, is het motto van elke jeugdbeweging. Een geruststellend gevoel dat je er niet alleen voor staat.

Samen met leeftijdsgenoten doorlopen kinderen er verschillende groepen of takken. Spel, groei en ontplooiing staan centraal. Er wordt ervaring opgedaan die iedereen zijn ganse leven 

meedraagt.


Een jeugdbeweging is niet alleen voor de jeugd, maar ook door de jeugd. Samen ravotten, plezier maken en buiten spelen, momenten om nooit te vergeten. Hier zijn verschillen geen reden voor uitsluiting. Met een lief woord en een klein gebaar blijven ze geloven en vertrouwen in mekaar. Leiding haalt het onderste uit de kan om samen met kinderen leuke 

momenten te beleven. Met vallen en opstaan kinderen graag zien en hen laten voelen dat ze welkom zijn.


Dat was ook de grote droom van Jezus: elkaar kansen geven om gelukkig te zijn, elkaar meer mens laten worden en ieder weekend (zondagsmis) elkaar hoopvol terugvinden.

Als dit blad verschijnt zitten we in de Advent, vier weken voorbereiding op het kerstfeest, God die mens wordt in dat kind Jezus. Geen toeval dat Kerstmis gaat om een klein en arm kind waarvoor geen plaats was in de herberg, maar in een stal. Ook Hij was uitgestoten.

Kiezen voor de allerkleinsten is in onze maatschappij niet meer zo evident. Nochtans doen kinderen ons ook stilstaan bij wat echt belangrijk is: het vele mooie en goede in de wereld en in de natuur, elkaar helpen en graag zien. Een kind neemt je mee naar een land vol verhalen en fantasie

Het kerstekind Jezus neemt ons mee naar zijn land van vrede en rechtvaardigheid, wat wij het Rijk Gods noemen. 

Van harte een fijne en sterke adventstijd.


Raymond Decoster, zonepastoor

Wie of wat is echt belangrijk?

Op de uitkijk

December, de laatste maand van het jaar, staat er weer aan te komen. En dan weet iedereen: Sinterklaas is in het land. Kinderen weten dan alles van ‘verwachting’, want vol verwachting klopt hun hartje. Als ik dan vroeger soms zwaarbeladen kinderen zag met snoep, kleding en speelgoed, dacht ik soms: het zijn maar materiële dingen, maar zouden die kinderen thuis voldoende genegenheid en aandacht krijgen? Moet de overvloed aan speelgoed soms het gebrek aan tijd en warmte compenseren?  Is er voldoende aandacht voor wat écht belangrijk is in deze kinderlevens? Het zou jammer zijn moesten deze kinderen ‘hun buik vol hebben’ van teveel snoep, maar tevergeefs wachten op liefde.


De Advent die vorig weekend begon, deze periode van vier weken vóór Kerstmis, is ook zo een tijd van wachten en verwachten, van uitkijken naar de komst van de Heer, want Advent is een tijd van zwangerschap. Er groeit iets, er staat iets te gebeuren. Zorg dat het niet aan jou voorbijgaat. Vandaar de vele oproepen tot waakzaamheid. Geen woord dat in de Advent zo vaak terugkomt als het woord ‘waakzaamheid’.

Maar wat kan dit nu eigenlijk betekenen? Alleszins dat Kerstmis voor christenen toch nog heel wat meer is dan verblindende straatverlichting en geschenken. De Advent is een periode om onze verwachtingen uit te diepen en waar nodig bij te stellen.  Wat verwacht ik echt van het leven?  Waar komt het voor mij echt op aan? Is er in mijn zoeken naar zin en geluk plaats voor God? Mag Hij bij mij komen wonen? 

God is de Komende. Hij komt altijd op ons af. Maar voor velen van ons is dit verwachten van de Heer een tasten in het donker, een zoeken naar licht. Soms lijkt God zo ver weg. Soms zijn we ontmoedigd en zien we het niet meer zitten. Daarom is het zo belangrijk te zoeken in de goede richting, met de juiste ingesteldheid.

Daarom roept Johannes de Doper ons in deze adventstijd op tot bekering en ommekeer. In het evangelie van de derde adventszondag zegt hij wat dit concreet betekent. “Wie een dubbel stel kleren heeft, moet delen met wie niets heeft. Wie volop voedsel heeft, moet hetzelfde doen”. Op de goede manier de komende God verwachten, ons bekeren, betekent altijd weer dat we niet voorbijgaan aan het vele onrecht in de wereld, aan honger en armoede en de woonproblematiek. Dingen waar Welzijnszorg zo prachtig werk van maakt. Maar tralies, muren, prikkeldraad, leugen en bedrog verdelen en verscheuren onze wereld die vaak in een diepe duisternis gehuld is.

De komende God in ons leven verwachten en zoeken, is dan ook onmogelijk zonder de bekering van ons hart, een hart dat zich inzet voor anderen. God kan alleen maar aanwezig zijn waar mensen Hem binnenlaten in de ‘herberg van hun leven’. Het wachten van de Advent is dus geen passief afwachten, maar ruimte scheppen voor God en voor de noodlijdende medemens.


Pakjes geven, pakjes krijgen

Nog even terug naar de geschenken. Na Sinterklaas komen de geschenken van Kerst en Nieuwjaar. Grootwarenhuizen spelen handig in op die koopjesjacht. Met stevige promoties pogen heel wat bedrijven ons met Kerstmis nog altijd zoveel mogelijk pakjes te laten geven. 

Natuurlijk maakt een geschenk ons blij. Meestal niet zozeer om wat er in zit, maar omdat het een teken is dat iemand om mij geeft. Attenties, complimentjes en tedere zorg zijn manieren om te zeggen: “Ik ben blij dat jij er bent” of “Omdat ik om je geef, geef ik jou iets”. Dat gebaar van de gever geeft het pakje extra glans. Zonder die glans, zonder die liefde, wordt het pakje herleid tot koopwaar.

Maar niet alles wat we krijgen, hoeft ingepakt te worden. Ik denk hierbij spontaan  aan de tijd die iemand voor een ander vrijmaakt, de stille bezorgdheid van ouders voor kinderen en omgekeerd, de rust die iemand ons gunt om op adem te komen. Er zijn zoveel dingen die ons geschonken worden zonder dat er een strikje rond zit: de kleuren van de natuur, de creativiteit van mensen, een spontane glimlach, een luisterend oor of een bemoedigend woord.

Al deze dingen zijn geschenken, en tevens redenen om blij te zijn. En brengt dat ons niet bij de kern van Advent en Kerstmis? Zo leven we toe naar de geboorte van het Kind Jezus, de Verlosser. Met Kerstmis mogen we ervaren dat er Iemand geboren is die ons allemaal in Zijn hart sluit.

Moge onze voorbereiding op het Kerstfeest ons helpen geloven in Gods aanwezigheid in mensen waarmee we geschenken van liefde uitwisselen.

Raymond Decoster, zonepastoor

Adventsmensen zijn

Al eeuwen vieren mensen de Advent, en niet zomaar. Met het oog op de komst van Jezus willen wij ‘de weg bereiden’ in ons eigen leven en in onze wereld. Advent is immers op de eerste plaats een oproep, een tijd waar we plaats maken voor God, een God die zich dag in dag uit toont in mensen. Zowel in de mens met het mooie vrolijke gezicht, als in de mens die lijdt en roept om bevrijding, ook in de arbeider of handelaar die gebukt gaat onder de zware druk van de crisis.

Advent is belangrijk omdat we elkaar willen wakker roepen, zodat telkens weer dat oude lentewonder aan ons kan gebeuren: de cocon die openbreekt om ruimte te geven aan de vlinder, de graankorrel die ondergronds openbarst en uitgroet tot een nieuwe aar. Daarvoor moeten wij als mensen leven. Laat God niet zomaar voorbijgaan. Word wakker, want Advent zegt dat je ook als mens van deze tijd iets mag verwachten. Als je echt niets of niemand meer te verwachten hebt, dan hou je het niet vol. Meer dan naar wie ook, kijken we uit en wachten

we  op Iemand die al onze verwachtingen kan waarmaken, en die we God noemen. Hij is een God die bij mensen aanklopt, die vertrouwen heeft in iedere mens. En Hij heeft vertrouwensmensen nodig omdat er nog altijd armoede, honger en onrecht is, omdat er nog steeds mensen uit de boot vallen, door de mazen van het net, niet alleen veraf maar ook in eigen omgeving. Het is dus de hoogste tijd om op te staan en de handen aan de ploeg te slaan. 


Door de eeuwen heen hebben mensen die iets van God vermoedden dat ook gezegd. Ooit droomde de profeet Jesaja van een wereld waarin wolf en lam samen zouden grazen, waarin de zuigeling zou spelen in het hol van de slang. Jesaja droomde dat de mens van God dit alles zou waarmaken, omdat hij bleef vertrouwen op God. Hij geloofde dat God zijn dienaar aan de wereld zou geven tot heil van alle mensen. Iemand die het geknakte riet niet zal breken en de kwijnende vlaspit niet zal doven. Jesaja’s boodschap voor de Advent komt neer op vertrouwen in God, in de mens en in onszelf.


Naast Jesaja en Johannes de Doper, is Maria de adventsfiguur bij uitstek. Haar boodschap aan ons is haar ja-woord. Ze zei ja tegen het leven, vooral ja tegen God door helemaal beschikbaar te zijn. Ze zou immers Gods Zoon aan de wereld (open)baren. Bovendien was zij tot alles bereid en voor iedereen dienstbaar: voor haar nicht Elisabeth, voor haar eigen Zoon en voor de bange leerlingen toen Jezus gestorven was.  Haar moeder-zijn is een oproep, een sterke uitnodiging voor ieder van ons om zich open te stellen, zorg te dragen, te volharden, gewoon dienstbaar te zijn, zodat wij – et als maria – adventsmensen zouden worden.


Raymond Decoster, zonepastoor Halle

Leven op het ritme van de seizoenen  

Als je naar buiten kijkt, zie je dat het landschap zich helemaal in de gekende herfst-modus bevindt. De bladeren van de bomen veranderen van kleur, de gewassen op de velden zijn binnen, het is al vroeg donker. De mens zoekt zijn weg door het leven. Ook christenen proberen dit te doen.

Hoe het christendom er bij ons in de toekomst zal uitzien, dat weet niemand. Misschien kunnen we de vraag beter anders stellen: wat is de meerwaarde van ons christen-zijn? En wat is onze plaats in een samenleving die niet langer christelijk wil zijn? Dit zijn vragen die we misschien niet graag stellen, maar die recht op ons afkomen.

Velen spreken van een crisis in de Kerk. Dat de kerken niet meer vol zitten, is waar. Dat onze Kerkgemeenschap een gemeenschap is naast de anderen, is inderdaad waar. Dat er naast christenen heel veel mensen, anders- of niet-gelovigen,  zich inzetten voor anderen is zeker ook waar. Maar zit het verschil juist hier niet in dat we uitgedaagd worden om samen met bewuste medechristenen te zoeken hoe we leerling van Jezus worden?

Jezus blijft de Bron, de Inspirator, de Gids van veel mensen. Jezus maakt wel degelijk het verschil als Hij zegt: “ Bemin uw vijand”.  Liefde blijft ons uitdagen om de God van Liefde heel concreet te maken in ons leven van elke dag. Hij nodigt uit om in de stroom van het Leven te staan. Die stroom van het leven mogen we echt niet onderschatten. Ze is sterk, voelbaar en onmisbaar. Met onze parochies blijven we zoeken naar die levensstroom, naar wegen om onze verbondenheid met elkaar te versterken.


Samen willen we bouwen aan een wereld waar mensen oog en aandacht hebben voor elkaar.

Aan een wereld waar de vrijwilligers gerespecteerd worden en mensen nog iets voor elkaar betekenen, zonder daar iets voor terug te krijgen. Want eerlijk gezegd: wij hebben als christenen de blijvende opdracht om elkaar een duwtje in de rug te geven, om elkaar te steunen en te dragen in geloof.  De opdracht om tegen elkaar te zeggen: laten we opstaan en doorgaan, laten we de moed niet verliezen. En om te zeggen: durf positief denken over de toekomst en over het leven. 

Jezus nodigt ons telkens uit om in gebed en geloof ons leven aan God toe te vertrouwen en daarbij ook elkaar nieuw leven te geven. Om te leven op het ritme van de seizoenen en daarin ons geluk te vinden. We zijn nu eenmaal geroepen om in de stroom van het leven te staan.


Raymond Decoster, zonepastoor Halle


Wat een wonder !?

Er gaat geen jaar voorbij of er is op de televisie wel een serie over ‘wonderen’ of tenminste over wonderbaarlijke gebeurtenissen of toestanden. Wij zijn blijkbaar gevoelig voor wonderen. Als er plotseling en onverwacht goede dingen gebeuren, zeggen we tegen elkaar:

“De wonderen zijn de wereld nog niet uit”.


Een ervaring

Volgens het groot Van Dale woordenboek is een wonder iets buitengewoons, iets waarover men zich ver-wondert en in be-wondering voor staat. Maar van Dale geeft ook een andere betekenis, namelijk een ‘mirakel, een gebeurtenis tegen de natuur der dingen in, die aan een directe tussenkomst van God of aan goddelijke machten wordt toegeschreven’.

Ik geloof wel in wonderen, maar dan toch eerder in de betekenis van iets buitengewoons.


Een wonder heeft voor mij te maken met een manier van kijken naar de werkelijkheid. Iets is een wonder omdat het als een wonder kan worden ervaren. Veel bedevaarders ondernemen een pelgrimstocht in de vaste overtuiging dat wonderen bestaan. En er gebeuren wonderen, ik zie veel soorten. Zo vertel ik in elke doopcatechese dat de geboorte van een kind telkens opnieuw het wonder van het leven is. Het is een gigantisch wonder dat uit de ontmoeting van een zaadcel met een eicel een kind voortkomt. En het wordt als een nog grote wonder ervaren wanneer een koppel na tien jaar samenzijn er niet meer op durfden hopen dat de vrouw zwanger zou worden, en het uiteindelijk toch lukt.

Veel mensen kennen de ontroering om het wonder van de schoonheid in de kunst of in een landschap. En er bestaat ook het wonder van de liefde en de vriendschap!


De vaste overtuiging dat wonderen bestaan is natuurlijk een fenomeen dat uitnodigt om stil bij te staan, want ook hier geldt: een wonder en een wonder is twee.

Je kunt onder een wonder een gebeurtenis verstaan die zich zomaar ineens voltrekt buiten de mens om. Iemand  lijdt bijvoorbeeld aan een ongeneeslijke ziekte. De dokters kunnen er niets meer aan doen. Beterschap is volgens hen uitgesloten. Maar die ongeneeslijk zieke mens gaat naar Lourdes, gaat er in het bad, houdt een noveen en… jawel, plotseling als bij toverslag is hij genezen! Zulke dingen gebeuren natuurlijk maar heel zelden.

Maar er is ook een ander soort wonder. Als je onder mensen heel goede dingen ziet gebeuren die je niet voor mogelijk hield, mag je misschien ook wel van een wonder spreken. Het wonder van het vrijwilligerswerk, het wonder van onbaatzuchtige dienstverlening en nogmaals het wonder van de vriendschap.

En er is het wonder van de Kerk als gemeenschap van mensen die vanuit hun geloof elkaar dragen doorheen donkere tijden. Om dan nog te zwijgen van een geloof dat bergen verzet.


Geloof verzet bergen

In het evangelie van komende zondag (kijk voorlaatste bladzijde) wordt verteld over een rijke tollenaar die van zijn rijkdom een beetje geld in de offerblok werpt. Maar een arme weduwe gooit er haar laatste twee cent in, datgene waar ze die dag moest van leven. Toch geeft ze het weg aan de tempel, zelf zal ze het vandaag wel zonder eten doen. Wat een groot vertrouwen! Het getuigt van een volstrekte overgave aan God. Is dat geen wonder wat hier gebeurt? Ik dacht van wel.

Wonderen bestaan. Ze gebeuren zomaar tussen mensen en ze gebeuren vaker dan wij denken of weten. Dat evangelieverhaal moeten we natuurlijk niet lezen als een historische gebeurtenis, maar door zulke verhalen te vertellen, worden de toehoorders, dus jij en ik, aangemoedigd en opgeroepen zelf dit soort wonderen mee te bewerken. Ik denk hier ook aan de verhalen van de wonderbare broodvermenigvuldiging en de barmhartige Samaritaan. Het wonder van geven en delen, het wonder van solidariteit. Zulke verhalen halen het beste uit onszelf naar boven. Door naar zulke verhalen uit de Bijbel te luisteren, ontdekken we dat Gods Woord ook ons oproept om te worden als die weduwe in de tempel, als die barmhartige Samaritaan en als die jongen die zijn 5 broodjes en 2 vissen deelt. Dan zouden er nog meer wonderen gebeuren, en zou de wereld er veel beter uitzien.. De meeste wonderen gebeuren daar waar zij die Gods Woord beluisteren, dat Woord ook ten uitvoer brengen door Zijn liefde in praktijk te brengen.

Raymond Decoster, zonepastoor Halle