Federatienieuws

 

 

FEDERATIENIEUWS :

 

 

Versta ‘hemel’ niet verkeerd

Een verrassing

Vrienden of geliefden geven naar aanleiding van één of andere verjaardag of gebeurtenis

mekaar graag een verrassingsgeschenk. Maar omdat geheimhouden toch zo moeilijk is, lichten ze soms even de sluier op.

Zo doet God met ons. Zijn hemel zal een verrassing zijn, maar toch licht Hij al een tipje van de sluier op, en dat is het feest van Maria Tenhemelopneming. Feest van de oogst, feest van de hoop.

In een zo volmaakt mogelijke toekomst wil God aan zijn mensen, Zijn liefde laten zien.

Zijn moeder Maria mag de eerste zijn en ons aller voorbeeld. Zij heeft niet passief geleefd, maar stond actief en vol liefde in het leven. Zoals zij zich over het bergland haastte om haar nicht Elisabeth te gaan helpen, zo gaat zij met ons over de bergen van onze zorgen. Zo wil Maria ons steeds bijstaan. Dat was haar roeping: voor eeuwig liefde zijn. Het is ook onze roeping. Elke mens is een parel voor God als hij Zijn liefde laat schitteren, want in ieder van ons heeft God Zijn beeld gegrift, Zijn liefde gelegd.

Mensen zijn niet geroepen om grootse wereldse dingen tot stand te brengen, maar wel om de mensen te doen zien en geloven dat liefde het enige en voornaamste is in ons samenleven.

Het hoogfeest van Maria nodigt ons uit om te blijven dromen van een hemel waar alles liefde en geluk is, een hemel die nu al begonnen is.

 

Wat is die hemel?

Christenen geloven in de hemel. Aan beproefde ouders zeggen we soms, goed bedoeld maar toch zo mager als troost: “Uw kind is nu in de hemel”. De moeilijkheid voor het geloof begint pas als we gaan nadenken over het ‘wat’ en het ‘waar’ en het ‘hoe’ van die hemel. Want we kunnen in 2 betekenissen over de hemel spreken, en dat doet de bijbel ook.

In de eerste plaats is de hemel een ruimtelijke (aardrijkskundige) realiteit in een grenzeloos en een oneindig heelal met sterren, planeten, melkwegstelsels, en met alles wat we zien met het blote oog of met een verrekijker of vanuit een sterrenwacht. Dat is de hemel van de wetenschappers.

Voor de bijbel is die hemel een deel van de schepping, door God gemaakt. Een stevig bouwwerk voorzien van voorraadkamers met zon en regen, sneeuw, hagel en wind, die door grote sluizen kunnen worden uitgegoten over de aarde. Die hemel en aarde zijn beide door God geschapen en zullen misschien ooit ophouden te bestaan.

 

Als we spreken over de Tenhemelopneming van Maria, lopen we met ons geloof hopeloos vast als we ‘hemel’ verstaan in die eerste betekenis. De bijbel spreekt in een tweede betekenis over de ‘hemel’ als de woning van God, het mysterie van dicht-bij-God-zijn. Die hemel is niet geschapen, is geen natuur en geen ruimte. Die hemel is bijna gelijk aan God zelf.

Maria is niet van de ene aardse ruimte van het heelal overgegaan naar de andere hemelse ruimte in het heelal. Neen, ze is voor eeuwig thuis bij God, in het mysterie van God zelf, in de eeuwige Bron van liefde en leven, in de eeuwige bestemming en de uiteindelijke ‘thuis’ van alle mensen.

Die hemel is niet te kennen met mensenverstand en is niet te benaderen met sterrenkijkers. Die hemel gaat wel open als God en mens elkaar ontmoeten, denk aan het doopsel van Jezus, aan de gedaanteverandering op de berg Tabor, aan zijn verrijzenis, aan Hemelvaart en Pinksteren, en nu de opname van Maria in de hemel.

Wij geloven dat die hemel ook ons Vaderhuis is.

Aan alle lezers een zalige feestdag gewenst. Voel je opgehemeld.

Raymond Decoster ( voor het tweede deel van dit artikel liet ik mij inspireren door een tekst van Ulrik Geniets, abt van Averbode, inmiddels al lang overleden.)

 

 

 

Fruit plukken

 

Peren plukken

Voor dit artikeltje wil ik vertrekken van een vrij bekend en kort evangelieverhaal.

Een man had in zijn wijngaard een vijgenboom staan, maar hij zag er geen vruchten aan hangen. Hij zei tegen zijn tuinman: “Al 3 jaar zoek ik naar vijgen, maar ik vind er geen. Hak die boom maar om. Op die plaats kunnen er beter druiven groeien”. Maar de tuinman zegt: “Heer, laat die boom dit jaar nog staan, ik zal hem en de grond eromheen nog eens goed verzorgen en bemesten. Misschien geeft hij volgend jaar dan toch vruchten, zoniet mag je hem omhakken”.

 

De tijd is rijp om de oogst binnen te halen. Voor de ene teelt is dat al wat sneller dan voor de andere. Niets geeft zoveel voldoening dan de vruchten van je werk te plukken, te oogsten wat je gezaaid hebt en loon naar werken te krijgen. Reden dus om te vieren. Een oogstfeest is in de maand augustus dan ook niet ver weg. Ook voor Maria is haar Tenhemelopneming haar oogstfeest, ze krijgt wat ze verdient na een vruchtbaar leven.

 

Toen ik aan de universiteit studeerde, intussen al zowat 50 jaar geleden, ging ik enkele zomers op rij, tijdens de eerste weken van september, peren en appelen plukken bij een oom in de omgeving van Leuven. Telkens met 1, soms met 2 vrienden, plukten we stukje bij beetje verder door de rij laagstammige conference- en jonagoldbomen. In sommige rijen bomen geraakten we er op één dag niet door omdat er een overdaad aan peren en appelen in de bomen hing, alhoewel de geanimeerde gesprekken en de lachbuien tijdens het plukken er misschien ook wel voor iets tussen zaten. Bij een rij jongere bomen ging het dan een pak sneller. Er hingen minder peren en deze waren heel wat kleiner zodat we ons gemiddelde van 7 à 8 boxen niet haalden. Het is mij ook bijgebleven dat er verschillende manieren van plukken zijn. In ieder geval moet men de vrucht zo plukken dat de steel er nog volledig aan blijft, anders gaat ze sneller rotten; Een zalige tijd was dat, gewoon plukken en verder plukken. Maar uiteraard ook een feestje wanneer de laatste peer van de bomen was gehaald.

 

Pluk de dag

‘Pluk de dag’ is een veelgehoorde uitdrukking met een rijke betekenis. Het geeft aan dat je moet genieten van iedere dag, er elke dag het beste van maken, elke dag de vruchten plukken van het leven. Soms wordt deze wijsheid ook verkeerd opgevat als ‘ Alles nemen wat erin zit,

het onderste uit de kan halen’ of ‘ Doe vandaag maar op, morgen kan het gedaan zijn’. Dat is een beetje kort door de bocht. Want ook hier hangt het ervan af hoe je de dag plukt. Op een duurzame manier zodat de steel heel blijft en de vrucht niet gaat rotten, of gaat men met de vruchten van vandaag zó om dat het een hypotheek legt op de vruchten van morgen?

Net zoals bij de perenbomen plukt men vandaag de meeste vruchten dankzij de investeringen van een tijd geleden. Jonge bomen brengen in het begin heel wat minder op. Het duurt enkele jaren vooraleer hun rendement het maximum heeft bereikt. Naast het plukken van de oogst vandaag, moeten we ook blijven investeren in de vruchten van morgen. Want om te kunnen plukken, dient er eerst gespit en bemest te worden, lezen we in bovenstaand

evangeliefragment. Voor mensen uit de land- en tuinbouwsector is dat een evidentie, maar dit geldt ook voor het leven op zich.

Dus ja, alles plukken wat je vandaag kan, maar tegelijkertijd ervoor zorgen dat er ook volgend jaar nog iets aan de bomen hangt. Hebben wij de moed en het geduld van de kruitkweker die wil blijven investeren in zijn boom, ook al valt de oogst eens tegen of is de boom maar klein en zijn de vruchten niet voor vandaag en morgen?

Een overvloedige oogst gewenst! Carpe diem! Pluk de dag!

Raymond Decoster, deken

 

 

 

Ik ben het levend Brood

Het klinkt arrogant: brood uit de hemel te zijn.

Wie durft dit van zichzelf te zeggen?

Dat is niet aan mensenkinderen gegeven.

Geen wonder dat de Joden misnoegd naar de uitspraak van Jezus luisterden.

Het lijkt godslasterlijk, want brood uit de hemel is van Godswege.

Het was de redding van het volk toen ze door de woestijn zwierven.

Het was een onvoorzien Godsgeschenk:

het betekende redding uit een uitzichtloze situatie.

Zoals toen, zo wil Jezus voor ons Levensbrood zijn.

Hij is Toekomst en Kracht, Hij is Leeftocht, Voedsel voor onderweg.

Hij doet mensen opstaan om verder te kunnen in het leven.

Waar toekomst afgebroken lijkt, daar biedt Hij nieuw uitzicht.

Waar dood onafwendbaar en definitief is, daar geeft Hij – onverwacht – nieuw leven.

Hijzelf staat ervoor garant dat het leven het wint van de dood.

Jezus, ons Levensbrood: dat is geen zoethoudertje, geen opium.

Het is eerder een uitdaging om zelf brood te worden voor wie honger hebben.

We mogen anderen leven en toekomst aanreiken.

Dat is onze eerste opdracht: geven van onszelf, opdat anderen kunnen leven.

Alleen zo worden we goddelijke mensen,

als we zorg dragen voor anderen, voor de minsten het eerst en het meest.

Wim Holterman

 

 

 

 

Hij nam, brak en gaf

 

Vanaf eind juli horen we in het evangelie 5 zondagen na mekaar lezen uit de ‘broodrede’ van Jezus, het zesde hoofdstuk van Johannes. Telkens komt het hoofdthema ter sprake: Jezus is het brood van het leven.

Het begint met de wonderbare broodvermenigvuldiging, maar eigenlijk begon het allemaal op Witte Donderdag met het Laatste Avondmaal: Jezus nam het brood, brak het en gaf het rond. Een essentieel gebaar vlak vóór zijn dood. Daarin legde Hij de betekenis en de zin van zijn hele leven. Heel zijn menselijk bestaan is daarop gericht: nemen, danken, breken en delen. Iedereen die ergens iets mankeerde kon bij Hem terecht. Juist deze mensen gingen Hem ter harte. Tot op vandaag.

Hij neemt, Hij breekt en Hij geeft…maar Hij heeft jou en mij nodig om dit gebaar vandaag te stellen. Hij heeft onze medewerking nodig. Enkel als wij onszelf geven zoals Hij het deed, enkel als wij in zijn voetspoor gaan, wordt het werkelijkheid voor de mensen van vandaag. Anders blijft het een vroom verhaal, een geschiedenis die ooit gebeurde, maar die krachteloos is voor de huidige wereld.

Hebben en nemen…dat is niet moeilijk. Breken is al wat moeilijker. Geven, weggeven, uitdelen, dat is het moeilijkst. En toch ervaar ik hoe vervullend het is om me in die mentaliteit te ‘oefenen’. Jezus nodigt ons daar concreet toe uit.

Aan tafel, in de school, op het werk, in de Kerk: als we horen van mensen die zich inzetten voor anderen, en wij daar zelf niet kunnen in meegaan, dan nog kan onze steun op één of andere manier toch helpen. Mensen hebben elkaar broodnodig.

Delen begint hiermee: dat je je niet afzijdig houdt, maar je laat betrekken waar een ander je nodig heeft. Dan kunnen wonderen gebeuren.

Raymond Decoster, deken

 

 

 

TENHEMELOPNEMING VAN MARIA

 

 

Halfoogst, dat is Pasen in de zomer

 

In het leven van grote mensen heeft vaak een vrouw de hoofdrol gespeeld. Hoe dikwijls hoor je niet zeggen: achter elke sterke sportman of politieker staat een sterke vrouw. Dat was ook zo in de tijd van het Nieuwe Verbond. Maria, de moeder van Jezus, stond altijd naast of achter Hem. En niet alleen als de medelijdende onder het kruis, maar ook en vooral als de grote steun in zijn bovenmenselijke zending om in deze wereld het Rijk Gods te realiseren.

Dat is heel duidelijk als zij in haar Magnificat zingt: “Hij ontneemt heersers hun troon, maar Hij verheft de geringen. Hij overlaadt mensen die honger hebben met gaven, maar rijken zendt Hij heen met lege handen.” Dat is revolutionaire taal. Duidelijker kan niet gezegd worden dat zij naast Jezus staat. De datum alleen al, 15 augustus, is zo veelbelovend: volle zomer, oogsttijd. Het aanstaande feest van de Tenhemelopneming van Maria is een oogstfeest, buiten in de natuur, maar ook binnen in de Kerk. De vruchten zijn er, het is een feest van Maria’s bestemming, van volheid, van verheerlijking, van haar thuiskomst.

In de evangelies is Maria vaak op weg, een reizende vrouw, die uiteindelijk thuiskomt bij haar God, het feest van haar Pasen dus, in navolging van Jezus.

 

Het Paasfeest valt altijd in de lente als de natuur het nieuwe leven aankondigt. Gelovigen vieren dan dat Jezus de dood heeft overwonnen, en zo ook voor ons nieuw leven aankondigt, eeuwig leven bij God. Eigenlijk is alles wat met ons geloof te maken heeft een paasgebeuren.

En zo is ook het feest van 15 augustus, de dag waarop wij belijden dat Maria na haar dood ten hemel is opgenomen, voor ons als het ware ‘Pasen in de zomer’. Midden in de warme zomer

kijken wij op naar Maria. Wij kijken haar ‘achterna’, want zij is van ons weggegaan.

Maar je zou het ook anders kunnen bekijken: zij is ‘vooruit’ gegaan, zij is ons voorgegaan.

Bij elk Mariafeest of ook als wij de rozenkrans bidden, moeten wij dit goed beseffen: het gaat in onze christelijke beleving op de eerste plaats niet om Maria, maar wél om Jezus. Maria is niet het einddoel, maar wel een veilige weg naar dat doel dat Jezus is. Zij verwijst voortdurend naar Hem. Daarom is toewijding aan Maria in feite een toewijding aan Jezus.

Wie naar een goede en blijde toekomst toeleeft, heeft daar heel wat voor over. Een zieke in de kliniek die van een dokter verneemt dat hij of zij binnen kort naar huis mag, kan de ziekte ineens wel beter verdragen. Maar wie of waar is ons houvast als wij zo een hoopvol nieuws niet te horen krijgen? Waar was het houvast van Maria onder het kruis van haar Zoon? Wat heeft haar staande gehouden in alle beproevingen? Het feest van 15 augustus geeft ons daarop een antwoord. Aan de verheerlijking van Maria kunnen wij zien dat God met zijn mensen begaan is. Maria’s tenhemelopneming zegt ons: eens mogen ook wij als verheerlijkte mensen naar het Vaderhuis, naar de hemel.

In Maria wordt onze eigen toekomst tentoongesteld. Jezus wees haar aan als onze Moeder toen zij onder het kruis stond. Maria staat ook onder het kruis van alle zieken en bejaarden.

In de streek van Antwerpen is deze feestdag ook moederdag. En terecht, een Mariafeest is een moederfeest, en een moeder draagt haar kind een leven lang in hart en geest.

En zo is halfoogst een feest van leven over de dood heen. De bekende Nederlandse

TV- presentator Jos Brink zei ooit: “Maria was de moeder van een kind Jezus dat zei: komt allen tot Mij als ge onder lasten gebukt gaat, Ik zal je verlichting schenken”. Van zulk een moeder kunnen wij nog veel leren op weg naar onze tenhemelopneming.

Raymond Decoster, deken