Federatienieuws

 

 

FEDERATIENIEUWS :

 

 

ALLERHEILIGEN-ALLERZIELEN

Een zachte en dankbare herinnering

 

Een mens naar Gods hart

Doorgaans is de herfst de natuurlijke voorbode: het wordt november, het wordt Allerheiligen.

Bomen die stilaan loslaten, veelkleurige bladeren die op de grond neerdwarrelen…

Zo is ook de mens eindig. Een mens moet voortdurend loslaten, leren leven met steeds ongewild afscheid.

Chrysanten wijzen ons in deze dagen de weg naar het kerkhof. Maar hoeveel mooier en rijker zou het woord ‘verrijzenistuin’ zijn.

De graven, die nu netjes zullen geschrobd worden, zijn stenen die ons aanspreken. Gisteren waren zij het, morgen zijn wij het die terugkeren tot de aarde. Hier liggen ónze heiligen: gewone stervelingen, mensen die ons erg dierbaar zijn. Mensen die de weg van de graankorrel zijn gegaan. Mensen met oog en hart voor anderen, steeds bezig met de zorg voor de medemens dichtbij en veraf.

Het hoeft ons niet altijd droevig te stemmen, de dood schept soms ook ruimte voor intensiteit. We moeten intens bij elkaar zijn om elkaar morgen te kunnen loslaten.

Allerheiligen, feest van alle ‘heiligen’, mensen die leefden vanuit de liefde voor gerechtigheid en vrede. Echte waarden blijven bestaan over de dood heen. Zoals de herfst in schoonheid eeuwig is, zo neemt liefde geen afscheid. Liefde draagt eeuwigheidswaarde in zich.

Allerheiligen leert mij dankbaar te zijn voor die grote en kleine, bekende en onbekende heiligen die kleur en spirit gaven aan mijn leven, aan mijn geloof. Als ik over hen lees of hoor, begint er iets te tintelen in mij, want zij hebben in hun tijd en op hun manier echt geleefd met God en voor de medemensen om hen heen. Zij hebben het gedurfd, zij waren alles behalve volmaakt, maar ze hebben zich gewaagd aan het liefdesavontuur met God. Ik zou (een beetje maar) willen zijn zoals zij. Ik durf dat nauwelijks te zeggen, maar toch vraag ik soms aan God: maak ook van mij een mens naar uw hart.

 

Stille Allerzielen

Wij schakelen straks weer naar het winteruur. Een stille weemoed overvalt mij. Waarom gaat alles zo vlug voorbij, vooral de goede en de mooie dingen? Maar het ritme van de seizoenen

leert mij dat het leven altijd een beetje sterven is, dat het leven voortdurend loslaten is, het leert mij dankbaar te zijn voor wat was, en openstaan voor wat komt.

Ik wil het stil maken rondom mij, en biddend verwijlen bij zovelen die mij dierbaar zijn, en die rusten in de aarde maar geborgen in de eeuwige liefde van God. Ik draag hun namen in mijn hart, en hou de herinnering vast aan wie en wat ze geweest zijn. We hebben van mij en van elkaar gehouden, ze hebben mij gemaakt tot wie ik nu ben. Talrijk zijn ze: mijn ouders, familieleden, goede vrienden, parochianen, medewerkers, collega’s, buren en bekenden.

Stil zou ik willen worden, God, en in die stilte - uw stilte - dankbaar vertoeven bij mensen die mij erg dierbaar zijn. Mogen zij ook rusten in uw vriendschap en uw vrede.

Raymond Decoster, deken

 

 

Magnifiek

 

In januari vinden in Panama de Wereldjongerendagen plaats, waarvoor de paus als thema koos voor de slotzin uit het roeping verhaal van Maria: “ Ik ben de dienares van de Heer, laat met mij gebeuren wat U gezegd hebt”.

Roeping is ook één van de thema’s van de synode die momenteel in Rome plaatsvindt.

Jongerenpastoraal Vlaanderen en Brussel (beter gekend als IJD = interdiocesane jeugddienst)

wil in dit nieuwe werkjaar daarbij aansluiten, uiteraard omdat in beide initiatieven jongeren centraal staan. Daarom luidt het jaarthema van IJD: ‘MAGNIFIEK’ met een knipoog naar het eerste (Latijnse) woord uit de lofzang van Maria, het zogenaamde Magnificat.

 

Het verhaal van de roeping van Maria en haar antwoord in woord en daad, zoals we dat in het evangelie van Lucas lezen, is als een triptiek, een schilderij met 3 luiken die bij elkaar horen.

Tevens een mooie afsluiting van deze oktobermaand, rozenkransmaand, Mariamaand.

 

Maria door God bemind

God wil zijn liefde met de mensen delen, en Hij belooft hen zijn nabijheid, maar Hij verlangt een vrij antwoord. Diezelfde rode draad zit verweven in het roepingsverhaal van Maria. Het begint met een initiatief van God: Hij zendt de engel Gabriël naar Maria die haar begroet met een belofte: “De Heer zij met u”. Als Gods liefde zich zo onverwacht aandient, dan is het normaal dat de eerste reactie van Maria er één is van angst en verwarring: “Waarom ik? Waar heb ik dat aan verdiend?”

De engel stelt Maria gerust en verwoordt de opdracht en haar zending: moeder worden van Jezus. Maar Maria geeft zich niet meteen gewonnen: “Ik kan dat niet, ik ben daar te jong en te zwak voor”. Maar de engel houdt vol, want als God iemand roept, dan krijgt die persoon ook de kracht om die opdracht te volbrengen, in dit geval is dat de heilige Geest .

Maar God dwingt niet, het laatste woord is aan Maria. Daarom is haar ja-woord zo mooi.

 

Geroepen tot dienstbaarheid

Wie ‘ja’ zegt aan de roepstem van God, ontvangt ook de Geestkracht die levensdynamiek schenkt. En dat zien we bij Maria gebeuren. Ze komt meteen in beweging, en gaat op bezoek bij haar nicht Elisabeth om haar te helpen tijdens haar zwangerschap. Maria luistert dus niet alleen naar wat God vraagt, maar ook naar wat haar medemensen nodig hebben. Het is niet alleen een vreugdevolle ontmoeting tussen de 2 vrouwen, maar ook tussen de kinderen die ze verwachten: Jezus en Johannes, die van blijdschap opspringt in de moederschoot.

Ook Elisabeth erkent dat God in Maria aan het werk is. Geïnspireerd door de Geest noemt ze haar ‘ de moeder van mijn Heer’ en ze prijst haar gelukkig omwille van haar geloof. Ook Elisabeth is een gelovige vrouw, want ze vertrouwt er op dat God zijn woord tot vervulling zal brengen.

 

Hoe magnifiek wat God doet

Als Maria haar Magnificat zingt om God te prijzen en te danken, dan spreekt daar geen braaf meisje, maar een sterke vrouw. Het begint met een blije kreet van verwondering: “Hoe is het mogelijk dat God omziet naar mijn kleinheid? Waarom schenkt Hij mij zoveel liefde en vertrouwen?” Voor Maria is haar roeping een bron van dankbaarheid en geluk.

Zij beseft ook dat het niet alleen gaat over haar eigen persoon, maar ook over het verbondsavontuur van God met zijn volk. Maria blikt in haar Magnificat terug op de daden van God in het Oude Testament. Hij heeft het altijd opgenomen voor de kleinen en de armen. Hij is altijd trouw gebleven aan zijn liefde voor zijn volk, want Hij is barmhartig. Die liefde

komt ook in het leven van Maria tot vervulling.

Als we vandaag het Magnificat zingen, de ‘Lofzang van Maria’, dan sluiten we ons aan bij die generaties van mensen die Maria gelukkig hebben geprezen en die, met haar, God dankten om zijn liefde en trouw. Eigenlijk is de Lofzang van Maria een grote geloofsbelijdenis waarin we de trouw van God aan zijn beloften erkennen Altijd opnieuw mogen we ons voeden aan het geschenk van zijn liefde. Hoe magnifiek toch wat God voor elk van ons doet.

(R.D., een bewerking van een artikel van Joris Polfliet in Pastoralia)

 

 

Ook jij kan missionaris zijn

 

Toen en nu

“Vlaanderen zendt zijn zonen uit!” Dat is vrijwel verleden tijd. Ze zijn uiterst zeldzaam geworden in ons midden: mannen met een lange grijze baard en pijp, sterke vrouwen in het wit, priesters en religieuzen, onze missionarissen waar we zo fier op waren.

Als ze om de drie of vijf jaar even op vakantie kwamen naar hun thuisland, vertelden ze enthousiast over verre landen en vreemde culturen. Een avond met lichtbeelden in de parochiezaal over het missieschooltje in de brousse kleurde hun fantastisch verhaal tot een boeiend avontuur. Maar het was méér dan dat. Diep in hun ogen blonk de vreugde van het dienen. In hun hart klonk de onweerstaanbare roepstem: “Kom en volg Mij, Ik zend U!” Mannen en vrouwen met een zending om over heel de wereld het evangelie te verkondigen.

Vandaag zijn ze er nog wel, maar veel minder talrijk en minder kleurrijk, nauwelijks gekend en gewaardeerd. Maar hun houding en hun motivatie is dezelfde: in Zijn naam stem geven aan de stemlozen, gehoor geven aan hen naar wie niemand luistert, teken van hoop zijn voor hopelozen. Met Jonge kerken bouwen ze aan de toekomst van Gods droom op aarde. Met heel hun leven voeden zij het religieuze zoeken van elke mens naar een God die Liefde is.

 

Wie wil missionaris worden?

En hoe moet het verder in 2018? Vlaanderen zelf heeft geen priesters genoeg voor zichzelf, we zijn zelf missiegebied geworden. Het merendeel van de pastoors in Waals-Brabant zijn Afrikanen, omdat er bij ons het taalprobleem meespeelt. En dan nog, wie wil nu nog op die manier missionaris worden? Want christen zijn betekent niet: Jezus navolgen voor eigen voordeel of van God houden voor eigen voordeel. Christen zijn betekent wél: je laten invoegen in het grote plan van God met de wereld. Van God houden betekent dan ook: je inzetten voor het geluk van je medemensen. Jezus navolgen houdt in dat je Gods liefde onder de mensen brengt zoals Hij dat heeft gedaan. Christen zijn is in wezen apostel zijn, getuige zijn, missionaris zijn van Gods liefde onder de mensen. Daartoe zijn we geroepen vanuit ons doopsel, vanuit onze verantwoordelijkheid als gelovige. Daarom moet ons begrip ‘missionaris’ wel iets evolueren, we moeten het verruimen. Het is niet enkel naar de missies vertrekken om het evangelie te verkondigen in verre gebieden. Missionering is niet aan grenzen gebonden. Neen, getuigen van Gods liefde moet op de eerste plaats vorm krijgen in onze onmiddellijke omgeving, in de kring van onze naaste medemensen. Ons geloof roept ons op om te getuigen van Jezus en blijde boodschap in ons eigen werk- en leefmilieu. En dat is niet altijd gemakkelijk. Er is veel moed voor nodig om de liefde van Jezus door te geven aan onze eigen kinderen, eigen familie, buren, aan de mensen waarmee we werken of uitgaan.

Missioneren is een zending om te ‘evangeliseren’: mensen in contact brengen met het evangelie en het zelf beleven. Het evangelie is niet enkel een leesboek, maar evenzeer een leefboek, zeg maar het kookboek voor elke christenmens.

 

Al biddend

Maar we kunnen ook missionaris voor de wereld zijn door te bidden voor de Kerk in verre landen. Zo was de heilige Theresia van Lisieux echt missionaris zonder ooit haar klooster te verlaten. Door haar gebed kon ze heel de wereld omvatten. Misschien voelen wij ons wel te weinig mede-verantwoordelijk voor het heil van de wereldbevolking, en toch kunnen we heel

veel doen voor mensen wereldwijd. Denk maar aan acties als Missio, Sterzingen of Broederlijk Delen…

Daarom moet ons bidden en handelen in deze missiemaand oktober een werelddimensie krijgen. We moeten missionaris zijn door ons gebed. Bidden voor de plaatselijke kerken in de wereld, of ze nu jong en in volle expansie zijn, ofwel oud en nood hebben aan vernieuwing.

Raymond Decoster, deken

 

 

Elke dag kiezen

 

Op zondag 14 oktober trokken we met z’n allen naar de stembus. Maar kiezen, dat doe je niet alleen op de dag van de verkiezingen, we worden iedere dag uitgedaagd om keuzes te maken:

Sta ik op of blijf ik liever nog even in mijn bed liggen? Eet ik wit of grijs brood? Of sla ik om tijd te winnen het ontbijt maar eens over? En wat trek ik aan? Breng ik vandaag een bezoekje aan iemand die ik al lang niet meer gezien heb of aan iemand die ziek is? En laat ik mij in mijn keuzes beïnvloeden door wat anderen zeggen of van mij verwachten, of durf ik – als het moet – tegen de stroom ingaan?

 

In een ver verleden koos Jezus van Nazareth iedere dag voor de mens die niet meer meetelde en aan de kant werd geschoven. Hij stelde de problemen die Hij zag aan de kaak, en wees de machthebbers op hun verantwoordelijkheid.. Hij vertelde een verhaal en bracht een boodschap die men tot dan nog nooit had gehoord. Hij riep de mensen en de samenleving op om iedere dag opnieuw oprecht te zijn in doen en laten. Wie Jezus had ontmoet, gooide zijn leven over een andere boeg, en keek de toekomst met andere ogen tegemoet.

 

Begin deze maand, op 4 oktober, vierden we het feest van de heilige Franciscus van Assisi.

Zijn radicale keuze voor eenvoud en nederigheid was, als zoon van een rijke lakenhandelaar, niet vanzelfsprekend. Hij kon op weinig begrip rekenen, en toch koos hij, in het spoor van Jezus, resoluut voor de kleine, zwakke en arme mens. Hij vestigde de aandacht op het welzijn van mensen, dieren en heel de schepping. Zijn boodschap sloeg duidelijk aan en onmiddellijk

sloten ook anderen zich bij hem aan.

 

Van ons, christenen, wordt misschien niet zo een radicale en oprechte keuze gevraagd als aan Jezus en Franciscus, maar toch worden wij uitgenodigd om iedere dag te kiezen voor de liefde tot de medemens en tot het mee opbouwen van een vitale geloofsgemeenschap. Iedere dag zouden wij moeten kiezen om ons in te zetten voor een betere wereld waar plaats is voor iedereen.

“Wie de hand aan de ploeg slaat en achterom kijkt, is ongeschikt voor het Rijk God” zegt Jezus ergens in het evangelie. We ploegen niet enkel om wat voorbij is onder te stoppen en te vergeten, maar juist opdat uit het verleden iets nieuws kan groeien. Zie je het al?

(de inspiratie voor dit artikel vond ik bij Boerenbond-proost Jos Daems)

Raymond Decoster, deken

 

 

 

Vrij van zorgen, kan dat?

Als een mens eens terugkijkt op bepaalde perioden van zijn leven, dan moet hij over sommige dingen achteraf toch zeggen: ”Wat heb ik mij toen toch onnodig zorgen gemaakt over kleinigheden!”. Je kan je soms ongemakkelijk voelen, slapeloze nachten hebben of uren in je bed liggen woelen, dubben over zaken die je vreesde maar die zich niet eens hebben voorgedaan.

Lang geleden zag ik bij vrienden eens deze wijsheid op een tegel staan: “De mens lijdt het meest door het lijden dat hij vreest, maar dat nooit kwam opdagen. Zo heeft hij meer te dragen dan God hem te dragen geeft.”

Bij alle zorgen die in ons hart en onze gedachten opkomen, plaatst deze spreuk ons misschien weer met beide voeten op de gelovige grond. Wees niet bang voor iets dat misschien ooit wel eens zou kunnen komen…

Je zorgen maken over dingen die niet belangrijk zijn…dat vond ik verwoord in een mail die ik een tijd geleden toegestuurd kreeg met als titel: “Negen dingen die God je NIET zal vragen!”

En ik citeer:

 

God zal niet vragen met welke auto je gereden hebt. Hij zal vragen hoeveel mensen je vervoerd hebt die geen vervoer hebben.

God vraagt niet hoeveel vierkante meter je huis telt. Hij zal vragen hoeveel mensen je hebt verwelkomd in jouw huis.

God zal niet vragen hoeveel kleding je in je kast hebt, Hij zal vragen hoeveel mensen je hebt geholpen om aan kleren te komen.

God vraagt niet hoe hoog je salaris was, Hij vraagt enkel hoe je zover bent gekomen.

God vraagt niet hoe je functie of je titel luidt, Hij vraagt of je jouw werk zo goed mogelijk hebt uitgevoerd.

God vraagt niet hoeveel vrienden je hebt, Hij vraagt voor wie jij zelf een vriend was.

God vraagt niet in welke buurt je hebt gewoond, Hij zal vragen hoe je die buren hebt behandeld.

God vraagt niet naar je huidskleur, maar naar de inhoud van je karakter, en of je andermans leven mee kleur hebt gegeven.

God vraagt niet waarom het zo lang duurde vooraleer je bij Hem verlossing zocht, Hij zal je liefdevol naar je plaats in de hemel brengen.

 

Natuurlijk kunnen we de weg van Jezus niet gaan zonder het kruis, maar bij alle zorgen van ons leven of op momenten dat je moegestreden bent, moeten we misschien iets vlugger teruggrijpen naar de evangeliewoorden bij Mattheüs, waar Jezus belooft: “Komt allen tot Mij die onder lasten gebukt gaat, Ik zal je rust en verlichting schenken” of bij Lucas: “Kijk naar de bloemen in het veld en naar de vogels in de lucht, God zorgt voor hen, hoeveel te meer zal Hij dan voor u zorgen!”

Hij is het die ons een evangelische zorgeloosheid aanpraat, Hij is het die ons een rust en een vrede kan schenken die niemand anders ons kan geven. Dus, gewoon doen en naar Hem gaan!

R. Decoster, deken

 

 

MISSIEMMAND

Missio en verbondenheid

 

Bruggen bouwen

Verbondenheid is het sleutelwoord van deze missiemaand oktober. Het thema luidt: “Niet verbonden, da’s zonde”. Dat betekent dat Missio bruggen wil slaan, de banden aanhalen en afstanden overbruggen. En dat is geen evidentie. Het vraagt immers om in de eerste plaats te erkennen dat er een afstand is. Bruggen bouwen wil bovendien niet zeggen dat de afstand teniet wordt gedaan, maar wel dat we er creatief mee aan de slag gaan. Naast verbondenheid zijn ook ontmoeting, dialoog en solidariteit belangrijke basisprincipes.

Naar jaarlijkse gewoonte wordt ook een lokale kerkgemeenschap in de kijker gezet, en dat is dit jaar de Kerk in het Afrikaanse land Ivoorkust. Omdat deze Kerk erin slaagt mensen samen te brengen, zo belangrijk in een land dat geteisterd wordt door conflicten.

 

Missio spitst zich toe op vier verschillende bruggen: tussen God en mens, tussen Kerk en samenleving, tussen jong en oud, en tussen België en Ivoorkust. Hoe kunnen wij samen bruggen bouwen? Missio gelooft dat er uit verbondenheid iets moois kan groeien.

Recente onderzoeken wijzen uit dat Belgen minder verbonden zijn dan we denken. Zowat de helft van alle Belgen voelt zich eenzaam. Dat botste met de visie en de hoop van Missio, die als kerkelijke organisatie immers een net van verbondenheid wil creëren tussen mensen hier, maar ook wereldwijd en zelfs met de wereld die ons overstijgt. Want alles begint bij God die van elke mens evenveel houdt.

Missio wil een brug slaan tussen oud en jong, zodat ze elkaar kunnen bevragen, verrijken en uitdagen. En dat geldt ook voor de kerk in de samenleving. Missio pleit voor een wisselwerking tussen beiden. Enerzijds een kerk die profetisch aanwezig is: ze moedigt het goede aan, maar durft ook onrechtvaardige situaties aanklagen. Anderzijds kan de samenleving de Kerk en haar praktijken verrijken en bevragen.

 

Ivoorkust

De hoofdbekommernis van Missio is bruggen bouwen tussen Kerkgemeenschappen in de hele wereld. Enkel zo kunne we de Blijde Boodschap in woord en daad verkondigen. Tijdens deze missiemaand voelen we ons bijzonder verbonden met Ivoorkust, een land met een etnische en religieuze diversiteit. Zo zijn er daar 22% protestanten, 22% katholieken en 38% moslims…

Ook op sociaal gebied zijn de ongelijkheden groot. Waar een kleinen groep geniet van natuurlijke rijkdom en bloeiende economie, kreunen anderen onder extreme armoede. In landbouwgebieden gaan kinderen amper naar school en in steden vallen ze ten prooi aan drugs of bendes.

 

De Ivoriaanse Kerk zet zich in voor verbondenheid door te werken aan vrede en verzoening tussen de partijen uit de burgeroorlogen die het land teisterden in het verleden. Maar ook door een halt toe te roepen aan nieuwe conflicten alvorens ze escaleren.

Eén van de hulpmiddelen daarvoor is het interreligieus platform: de moslimgemeenschap, de protestantse gemeenschap en de katholieke kerk zitten samen aan tafel om de samenleving te evalueren en conflicten in de kiem te smoren. Zo slagen de Ivorianen erin godsdienst en samenleving met elkaar te verbinden, zodat religies hun profetische taak kunnen vervullen. De Ivoriaanse kerk kan aldus verschillende generaties met elkaar verbinden en dialoog bevorderen.

Missio steunt dit jaar vooral twee projecten: tienermoeders en geloofsactiviteiten voor jongeren, maar ook andere projecten met een pastorale invalshoek, zoals de bouw van een kerk of een parochiezaal tot vorming van kerkelijke verantwoordelijken.

(samengesteld uit het campagnemagazine van Missio en uit Pastoralia, beide artikels van de hand van Catherine De Ryck)