Federatienieuws

 

 

FEDERATIENIEUWS :

Advent, een mariale tijd

 

We zitten in de donkere maanden. December is de Adventsmaand, een periode van verwachting, van voorbereiding op het hoogfeest van Kerstmis. We verwachten onze Verlosser, geboren in erbarmelijke omstandigheden en te slapen gelegd in een kribbe.

In de lezingen van de adventszondagen gaat het ook over de verwachting van de komst van de Mensenzoon. We lezen en zingen dat de nacht ten einde loopt en de dag aanbreekt. De dorre vlakte zal bloeien, oneffen wegen worden rechtgetrokken.

 

Deze adventstijd is bij uitstek een tijd waarin we ons mogen bezinnen over de persoon van Maria, over haar levenshouding en haar hoop. De Advent is absoluut een mariale tijd, want samen met de aanstaande moeder van Jezus, Maria, zijn ook wij in blijde verwachting. Wanneer we in de advent met Maria op weg gaan, volgen we een weg van gebed en inkeer, van geduld en dienstbaarheid, van zorgen en vreugde.

Hoe moeten we ons Maria voorstellen bij heel dat gebeuren? Het evangelie zegt dat zij in Nazareth verbleef. Daar woonde zij, daar werkte zij, daar bad zij. Ze was nog zeer jong, en was aan Jozef de timmerman tot vrouw beloofd. Ze leefde in het vooruitzicht dat zij met hem een gezin zou stichten.

Maar als gelovige vrouw leefde zij eveneens in het vooruitzicht van het komende heil dat was aangekondigd. Maria was deelgenote van de hoop van Israël, waar de zekerheid was gegroeid dat de Messias spoedig moest komen.

In deze verwachtingsvolle toestand komt een teken van God: de boodschap van de engel, die in haar huis binnen kwam, maar zeker ook in haar hart met een woord van God die wilde dat zij moeder werd van zijn Zoon. En haar ja-woord maakte de komst van de Verlosser mogelijk.

Toen Maria zwanger was geworden, heeft ze samen met Jozef veel moeilijkheden ondervonden. Jozef wilde zelfs van haar scheiden om haar niet in opspraak te brengen. Het zal een zware tijd geweest zijn in hun arm bestaan. God had haar dan wel begenadigd, maar de problemen die dit met zich meebracht, waren enorm. Maar ondanks die ellende en de last van haar eigen zwangerschap ging Maria over het bergland naar haar nicht Elisabeth om haar te helpen met hààr zwangerschap. Bij aankomst zong ze haar dankbaarheid en vreugde uit in hat Magnificat: “Hoog verheft mijn ziel de Heer”.

Deze passage in de Schrift doet mij denken aan de engelen op kerstavond. De herders horen hen vanuit de hemel zingen: “Eer aan God in den hoge en vrede op aarde aan de mensen die Hij liefheeft”. De engelen roepen dus op om hetzelfde te doen als Maria, namelijk God te eren en dienstbaar te zijn aan onze medemensen.

 

Zo treden we in de voetsporen van Maria: als we God loven en eren in grote dankbaarheid, als we mensen van vrede zijn en dienstbaar zijn aan hen die onze hulp het meest nodig hebben. Een knipoog naar Welzijnszorg!

Deze opdracht van naastenliefde houdt Maria ons voor gedurende heel haar aardse leven. Zij is de solidaire vrouw die haar zoon Jezus volgt in alles wat Hij doet of wat Hem overkomt.

Zelfs onder het kruis, als bijna iedereen Hem verlaat, blijft zij Hem nabij.

Laten we in deze testerende adventsdagen met Maria meegaan, en zo getuige zijn van de duisternis die verdreven wordt. Maria is de ster die straalt in de donkere nacht. De morgenster die de dag aankondigt. Zij is de dageraad die ons de dag schenkt, de moeder die ons haar Kind schenkt.

Raymond Decoster, deken

 

 

OP WEG NAAR KERSTMIS

Stappen in de goede richting

 

Over enkele dagen vieren we Kerstmis. Voor gelovigen is dat een mooi en zinvol feest. Bij wie het geloof aan het vervagen is, en zelfs voor wie niet meer gelooft, heeft de kersttijd toch ook nog een betekenis. Er is de sfeer, de familiebanden worden aangehaald en er is de roep naar vrede. En er is natuurlijk het Kind. Rond Kerst en Nieuwjaar ontstaat er een adempauze in onze harde en koude wereld.

We komen meer dan anders tot het besef dat veel van wat er gebeurt toch niet de echte zin en bedoeling van het leven kan zijn. Is het leven dan vooral een jacht naar bezit, eer en genot? En zijn alle middelen daar goed voor? Of zou de wereld anders en beter kunnen worden en de mensen gelukkiger indien het goede in de mens de bovenhand zou mogen halen?

 

Kerstmis herinnert ons aan de droom die God heeft met mens en wereld. Het ging niet zo goed met de mensheid, en daarom zond Hij zijn Zoon, die onder ons kwam wonen als een klein en hulpeloos mensenkind. Er was zelfs voor Hem geen plaats in de herberg. Alleen herders komen hem opzoeken en begroeten Hem in een povere stal. Ook zij kunnen Hem geen schuilplaats aanbieden, maar ze geven Hem wel een plaats in hun hart. Ze herkennen Hem als hun Redder.

Zo begon de Kerk: met de geboorte van een Kind. Dat begin, die geboortedatum, mogen we nooit vergeten. Onze God die mens wordt, dat vraagt om schroomvolle vreugde, stille dank, tederheid en verwondering om dat mysterie. Het zijn die waarden die in de keiharde zakelijke wereld dreigen verloren te gaan. Ze zullen evenwel niet verdwijnen, want dan gaat de echte mens teloor. De geboorte van elk kind roept dit telkens weer op. Kerstmis verdiept dit, want het Kerstekind is God zelf die in ons midden kwam.

Elk jaar opnieuw is het Kerstmis! Het verhaal van de geboorte van Jezus horen wij telkens opnieuw als een geheugensteuntje. Het is een vertrouwd gegeven dat altijd terugkeert. Maar we mogen niet vergeten dat het met ons eigen leven te maken heeft. Als gelovige mens leven, is proberen om die Jezus te verwelkomen, te aanvaarden en concrete gestalte te geven. Het is de richting gaan die Hij ons aangewezen heeft, en waarin Hij ons is voorgegaan. Met Kerstmis moeten we ruimte maken in ons hart opdat zijn Geest er kan geboren worden. En dit zijn enkele tekenen van zijn komst: aandacht hebben voor de kleine en zwakke medemens. onrecht bestrijden en gerechtigheid nastreven, vrede bewerken en ruzies bijleggen. Dit jaar vraagt Welzijnszorg onze aandacht voor meer onderwijskansen voor kinderen uit arme gezinnen.

Mensen tot hun recht laten komen, bouwen aan vrede… het zijn wellicht grote en beladen woorden, maar ze kunnen in kleine daden omgezet worden. Elke mens kan stappen zetten in de goede richting. En ook al zijn het vaak stapjes zoals in de processie van Echternach, toch gaan we ook dan vooruit.

Een leuk woordenspel vat al het voorgaande kernachtig samen: “ Geen kerstwensen, maar kerstmensen. Geen kerstkaarten, maar kerstdaden!”

Ik wens jullie nog verdere stappen in de goede richting met als einddoel de stal van mensenliefde. Ik durf jullie dan ook ZALIGE kerstdagen toe te wensen.

Raymond Decoster

 

ADVENT

De vreugde van een groeiend verlangen

 

Angst

Tweede zondag van de Advent in zicht: nog kleine 3 weken op weg naar Kerstmis, het feest van de menswording van God. In elk kind dat geboren wordt, leeft hoop en verlangen. Elke vader en moeder weet wat ‘in verwachting zijn’ inhoudt. Het is dat soort verwachten dat met de Advent bedoeld wordt, een verwachten dat spontaan verbonden wordt met de geboorte van Jezus van Nazareth ruim 2000 jaar geleden, en elk jaar opnieuw.

Alleen is er de vraag: wat valt er vandaag nog te verwachten? Waar moet je nog in geloven

als je ’s morgens bij een kop koffie even de tijd neemt om de krant open te slaan en ziet hoe

onverschilligheid, leugens, drugs, heerszucht en geldbejag triomferen? En als je nog verder bladert, lees je over gezinsdrama’s hier en daar, over 193 kilometer files op Vlaamse wegen, over geweld en terreuraanslagen in alle continenten, over vluchtelingen…het nieuws beluisteren maakt je soms zwaarmoedig. Waar moet het naartoe met deze wereld, waarvan ze zeggen dat de kinderen ‘de toekomst’ zijn, maar waar diezelfde kinderen misbruikt worden? Wij zijn nu eenmaal angstige mensen geworden zonder vertrouwen in de toekomst. Jonge mensen durven niet meer investeren in de toekomst en vragen zich af of het nog verantwoord is in deze tijd kinderen op de wereld te zetten. Een groter wantrouwen en ongeloof in de toekomst kan je niet voorstellen. Hoe geraken we daaruit? Wat zeker helpt is in contact komen met de droom van God voor deze wereld. Dat zet je opnieuw in beweging, en dan hoor je God tegen jou zeggen: “Ondanks alles wat rondom jou gebeurt, ondanks alles wat je leest in de kranten, wat je voelt aan ongeloof en pijn…toch zal de steppe bloeien. Ook al zit je op een puinhoop, toch zal je nieuwe toekomst zien. Ik zal mijn naam ‘God-met-ons’ waarmaken.” God kan het niet over zijn hart krijgen om zijn volk te laten vallen.

 

Verlangen

Een andere terechte vraag: is er nog tijd voor verlangen? Kleine kinderen hoeven niet meer te verlangen naar het speelgoed van de Sint, want ze hebben het al gekregen voordat ze weten dat het bestaat. Jonge mensen hebben geen tijd meer om te wachten, om naar elkaar te verlangen, om te groeien in tederheid, want ze hebben reeds vrij jong van alles geproefd. Men leert ons voortdurend eerst te kopen en dan te sparen. En zo heeft men ons het geduld afgeleerd, en ons de wondere vreugde van het verlangen ontnomen. We moeten zelfs niet meer wachten op de lente voor verse voorjaarsgroenten, die liggen het hele jaar door in de grootwarenhuizen.

 

En toch blijft de mens een wezen van verlangen, van uitkijken naar zijn diepste geluk. Je kan het aflezen op het gezicht van elk kindje dat uitziet naar een glimlach van zijn moeder. Je kan het zien op de mens op zoek naar werk. Je kan het voelen bij de vrouw die alleen staat met haar kinderen na de breuk in haar huwelijk.

Doorheen en achter deze vele vragen leeft ook de dieper liggende vraag naar zin en betekenis van mens en wereld. Het antwoord ligt verborgen in het mysterie van God. En om God te vinden moet je veel geduld hebben. Hij laat altijd op zich wachten. Zijn vriendschap is geen geschenk voor verwende kinderen. Hij laat zich slechts vinden door mensen die geduldig zoeken en ook bereid zijn om veel los te laten.

Advent is uitkijken en waakzaam zijn, je inspannen voor het welzijn van je medemens, is op zoek gaan naar de medemens die ons nodig heeft: een uitgestoken hand, een glimlach, een teken van hoop, een lichtje in het soms donkere bestaan van mensen.

Misschien is ons verlangen naar het Jezus-kind dan toch niet helemaal misplaatst. Wordt in een kind dat volledig afhankelijk is van anderen en aangewezen is op zijn vertrouwen in anderen en in dé Andere, Gods droom met de mens niet prachtig samengevat?

Laten we maar elke zondag een kaarsje aansteken op de adventskrans als teken van licht en hoop. Laten we uitkijken naar de komst van Jezus, want zijn komst is onze toekomst. Nog een gezegende Advent!

Raymond Decoster, deken

 

 

 

Hymne op de adventskrans

 

Terwijl de duisternis elke dag vroeger valt

en zich over huizen, velden en wegen sluiert,

groeit ons verlangen naar licht en warmte.

 

Terwijl de duisternis het heimwee in ons voedt

en mensen in deze koude dagen vlug vereenzamen,

groeit ons verlangen naar tedere nabijheid.

 

Terwijl de duisternis van de tijd zich aanhoudend

en hardnekkig in onze steden gaat vestigen,

groeit ons verlangen naar een diepere levenszin.

 

Terwijl de duisternis alsmaar meer overheerst

en de dagen om beurt weg gebladerd worden,

groeit ons verlangen naar het Goddelijk Licht.

 

Van week tot week ontsteken we daarom ootmoedig

kaarsen van hoop op het aangekondigde Licht:

Jezus Christus, Gods Zoon!

Michel Coune

 

 

SAMEN TEGEN ARMOEDE

Onderwijs is de partner van Welzijnszorg

 

Het Licht van der Advent

De Bijbelverhalen in de Advent houden ons het visioen voor ogen dat het wel degelijk kàn: een wereld van gerechtigheid en vrede. Met de profeten beluisteren we Gods trouw en Gods belofte van een nieuwe wereld, van Gods Rijk dat enkel waar kan worden als wij ons engageren. In de Advent zien we uit naar Jezus, het Licht van de wereld. Vier weken bereiden we ons voor opdat Jezus ook in ons eigen leven geboren mag worden. We laten Jezus toe als hét Licht in ons leven, Gods Licht voor alle mensen, vooral voor de meest kwetsbaren in de samenleving. Dat zijn vaak en vooral kinderen.

Kinderen en jongeren zijn de toekomst. Zij maken de wereld van morgen, zij moeten kunnen dromen, leren en groeien. Zolang armoede de reden is waarom kinderen hun diploma niet halen, laten we veel talent verloren gaan.

 

Kinderen in armoede

Vandaag krijgen 500.000 kinderen door armoede onvoldoende onderwijskansen. Dat betekent dat 1 kind op 5 zijn/haar schoolloopbaan begint met minder kansen. Een ongelijke start. Hoe hard hij ook zijn best doet, hij moet meer afstand afleggen dan zijn leeftijdsgenoten in de binnenbaan. Steeds meer kinderen groeien op in kansarme gezinnen. Naast de maandelijkse vaste kosten, zijn de schoolfacturen vaak een grote hindernis. Het onderwijs, samen met heel de samenleving, staat voor de uitdaging om de ongelijkheden waarmee kinderen de school binnentreden, weg te werken en alle kinderen zo goed mogelijk hun schoolcarrière te doen doorlopen.

In de info-krant van Welzijnszorg lezen we: “Stel je even voor dat je kind jarig is en je kan geen geschenkje kopen. Of de Sint kan weer niet bij je zoon of dochter langskomen, omdat je inkomen te laag is en je nog facturen moet betalen, want de energie wordt anders afgesloten. Hoe zou jij je daarbij voelen als mama of papa?”

 

Jaarthema

Het thema van Welzijnszorg dit jaar luidt: “1 op 5 loopt school in de buitenbaan”.

Op bijgaande affiche staan kinderen afgebeeld die op een atletiekpiste lopen. Kinderen die in het armoede-circuit zitten, hebben op school niet dezelfde kansen. Het is een feit dat 1 op 5 kinderen een moeilijk schoolparcours loopt. Ze vertrekken vanuit een minder gunstige situatie: de buitenbaan. De buitenbaan is de rand van de samenleving, daar is meer tegenwind, daar moet je harder en verder lopen. Verder in hun schoolloopbaan hebben ze te maken met extra-moeilijkheden waardoor hun parcours nog een stuk lastiger is. Voor wie iets van atletiek kent: de buitenbaan is immers lastiger dan de binnenbaan.

 

Advent en Welzijnszorg zijn in de meeste parochies onlosmakelijk met elkaar verbonden. De campagne ‘Samen tegen Armoede’ verdiept de spiritualiteit van de adventsperiode. Solidariteit en engagement zijn immers tekenen van Gods aanwezigheid in de wereld.

Samen met Welzijnszorg kijken we in de Advent uit naar Gods nieuwe wereld, een wereld van gerechtigheid en vrede. Daar krijgen alle kinderen een eerlijke kans. Samen kunnen we armoede omkeren.

 

Elke week steken we een kaars aan op de adventskrans om uit te drukken dat we eerst de duisternis in ons eigen hart en in de wereld willen bestrijden om zo te groeien naar hét Licht. Op die manier geven we gestalte aan het verlangen dat het solidaire licht van Welzijnszorg mag groeien voor mensen in armoede.

We wensen jou en je geloofsgemeenschap een warme en solidaire adventstijd toe.

(Samengesprokkeld uit de Liturgiemap en de Campagnekrant van Welzijnszorg 2018)