Het ORGEL van de DON BOSCOKERK te BUIZINGEN

EN DE INTONERING VAN SPLEET-LABIUMFLUITEN

De noodzaak om over een oefen-orgel te beschikken rond 1972 heeft me ertoe gebracht mijn huisorgel te bouwen en het bouwen en intoneren van houten fluiten te bestuderen.

De orgelpijpen, die eigenlijk allemaal fluiten zijn, worden gebouwd op het principe van de blokfluiten en bewerken hun klank door een subtiel spel van gestuwde lucht doorheen een spleet naar een scherpe obstructie, die het labium wordt genoemd. Samenvattend kunnen we deze orgelpijpen benoemen als fluiten met een “SPLEET/LABIUM- systeem.

Of de fluit in metaal gebouwd wordt of volledig in hout gemaakt is verandert niets aan dit klank-principe. De metalen pijpen zijn gevormd uit relatief dun en gemakkelijk plooibaar plaatmateriaal in een lood-tin-legering. Bij de houten pijpen is dit uiteraard niet het geval en moeten de onderdelen vooraf zeer nauwkeurig gevormd zijn om de zuivere orgelklank te bereiken. Die precisie is niet evident. Dit bracht mee dat de orgelbouwers tot in de 19de eeuw de houten pijpen steeds bekeken hebben als een noodzakelijk kwaad om de grootste, en dus duurste metalen pijpen te kunnen vervangen door de veel goedkopere houten pijpen.

 

Een lange speurtocht

De literatuur over de fysica van de klinkende orgelpijp vertoonde in de jaren rond 1970 ook erbarmelijk weinig uitleg omtrent het intoneren ervan. Het behoefde weinig bezoeken aan orgels of studie om vast te stellen dat dit voor de orgelbouwers door de eeuwen heen altijd een zwaar probleem geweest is. Zoveel orgelbouwers als er waren, evenveel verschillende systemen van intonering die gevonden werden. Bovendien werd vastgesteld dat een bepaald systeem dat vanaf de 18de eeuw meer frequent voorkomt, een systeem blijkt te zijn dat zich uitermate snel ontregelt bij het werken van het hout.

Ik voelde me geroepen om dit probleem ernstig te bekijken en zo mogelijk op te lossen. Ik heb moeten wachten tot de laatste jaren van 1990 om concreet onderzoek op universitair niveau te vinden rond aspecten van de spleet/labium-fluiten. Dit nam niet weg dat dit universitair onderzoek, en in het bijzonder de studie door Professor H. FLETCHER in Sydney, wel uiteindelijk met grote zekerheid de mechaniek van de klankproductie door een spleet/labium-systeem vastlegde.

Alleen ontbraken de cruciale vormen en afmetingen van de fluit- of orgelpijponderdelen.De operatoren van deze studies beschikten niet over het uitgebreide statistische materiaal door studie op veel orgelpijpen, om de parameters voor de exacte vorm en afwerking van de fluiten te kunnen vastleggen. Volgens hen moest dit gebeuren door de orgelbouwers zelf. (sic Professor A. HIRSCHBERG in Eindhoven.)

Een nieuwe generatie orgelpijpen werd geboren

Dat werk heb ik gedaan en heb, met de hulp en inspiratie van Professoren en Ingenieurs, waaronder J.-P. SCHEPENS aan de VUB-Brussel, deze parameters voor alle fluitvormen vastgelegd door een onderzoek op meer dan 1000 fluiten. Het belangrijkste gevolg van deze ontdekkingen was een veel grotere uniformiteit van de klank van houten orgelpijpen en bovendien hierdoor een veel snellere en bedrijfszekere productie van de pijpen.

Het orgel van de DON BOSCOKERK in Buizingen bouwde ik in 2009 en werd de ultieme verificatie van deze bevindingen, door dit instrument uitsluitend met houten orgelpijpen uit te rusten. De klank was een revelatie voor mezelf en voor meerdere ervaren organisten! Orgelpijpen van een nieuwe generatie waren geboren. De bevindingen waren van dergelijke algemene aard en trefzekerheid, dat ze toelieten fluiten van eender welk type met succes te intoneren. Deze resultaten werden dan ook verzameld en weergegeven in geschriften die nauwkeurig de fysica en de parameters van de houten orgelpijpen beschrijven.

Daarna werden deze bevindingen en parameters eveneens uitgetest en vastgelegd voor de eerste en meest bekende spleet/labium-fluit, zijnde de Blokfluit.

Jean-Paul DE GREEF – Architect/Orgelbouwer.

Sint-Genesis-Rode 2009.

Boeken:

 

te verkrijgen of ter inzage bij:

 

jeanpaul.de.greef@edpnet.be

of

Het Instrumentenmuseum te Brussel.

 

 

Titels:

 

- HOUTEN ORGELPIJPEN - Theorie en Praktijk

 

- SUBBAS MET MEER KRACHT.

 

- HOUTEN PRESTANT MET BUITENFASE

 

- INTONEREN VAN BLOKFLUITEN

 

 

'Dit is het moeilijkste dat ik ooit gemaakt heb'

Rodenaar Jean-Paul Degreef bouwt uniek houten kerkorgel

maandag 14 september 2009 Auteur: Ingrid Depraetere

Organist Wouter Dekoninck mocht het eerste houten orgel inspelen in de Don Boscokerk en was in de wolken over de bijzonder warme klankkleur. Yvan De Saedeleer

© yvan de saedeleer

HALLE/SINT-GENESIUS-RODE - Rodenaar Jean-Paul Degreef (65) bouwde voor de Don Boscokerk in Buizingen een kerkorgel met alleen houten pijpen: een unicum in ons land. Zaterdag speelde organist Wouter Dekoninck het nieuwe orgel in.

'Noem het gerust een levenswerk. Ik heb twee jaar onafgebroken aan dit orgel gebouwd. Sommige dagen zat ik veertien uur per dag in mijn atelier', zegt architect Jean-Paul Degreef. 'Ik heb honderden huizen getekend, maar het kerkorgel voor de Don Bosco-kerk in Buizingen is het moeilijkste dat ik ooit heb gemaakt, veel moeilijker dan welk huis ook.'

 

Dat de Don Boscokerk er een bezienswaardigheid bij heeft is duidelijk. Normaal hebben kerkorgels metalen pijpen. Het nieuwe orgel vult de kerk helemaal met de klank van houten pijpen.

 

'Ik ben van kindsbeen geboeid door orgels. Ik ben in Rode 27 jaar lang koster geweest tijdens de zondagavondmis. Omdat ik steeds op dat versleten orgel moest spelen, wilde ik een huisorgel bouwen in hout. Hout wekt een minder doordringende klank op die beter past in een kleine ruimte', zegt Jean-Paul. 'Aan dat ene huisorgel heb ik vijf jaar getimmerd. Na 35 jaar staat het nog steeds in mijn huiskamer en speelt nog altijd perfect. Toen ik met pensioen ging, wilde ik opnieuw orgels bouwen. Ondertussen is er een pak meer informatie beschikbaar die ik in de jaren zeventig niet had. Daarom voelde ik me sterk genoeg om een kerkorgel in hout te maken. Vooral omdat dit in België nog nooit eerder gebeurde.'

 

Met zijn plan op zak ging Jean-Paul Degreef op zoek naar een geïnteresseerde kerk. Zo kwam hij bij de toenmalige pastoor Rik Devillé terecht die het project helemaal zag zitten. Jean-Paul stelde voor om de kosten grotendeels zelf te dragen omdat hij niet wist hoe het orgel zou klinken. Organist Wouter Dekoninck speelde het orgel in en was in de wolken over de bijzonder warme klankkleur.

 

Het kerkorgel telt 620 houten pijpen, twee handklavieren en een onafhankelijk voetenspel. 'Ik heb ontelbare pijpen moeten bijschaven of zelfs volledig moeten herbeginnen. Het aantal pijpen komt neer op het maken van 620 blokfluiten die allemaal eenvormig moeten klinken', zegt Jean-Paul glimlachend. Dat Jean-Paul ook nog gehoorproblemen heeft en een hoorapparaat draagt, maakte de uitdaging nog groter. 'Ik vind het jammer dat ik nooit exact zal horen hoe mijn orgel klinkt', zegt hij.

 

Jean-Paul is ook vaste decorbouwer van theatergezelschap Het Kinderuur in Rode. 'Dat knutselen zat er al vroeg in. Omdat ik als kind stotterde ben ik altijd meer een doener dan een prater geweest. Ik was nog geen twaalf jaar toen ik mijn eerste gocart in elkaar laste.'

Inhuldiging van een nieuw orgel in de Don Boscokerk te Buizingen

12 september 2009

ALS BOMEN GAAN ZINGEN

Ooit hielden we hier een viering rond het thema “Als bomen konden spreken”. Vandaag gaat die droom in vervulling. Het is de droom van Jean-Paul Degreef. Een droom van verschillende decennia. Misschien hebben er nog Vlamingen van gedroomd. Maar -bij mijn weten- is het voor de eerste keer dat die droom in ons land in vervulling gaat. In heel de wereld zijn orgels met houten pijpen op één hand te tellen. Vandaag mogen we de eerste getuigen zijn dat de droom die Jean-Paul Degreef koesterde tot zijn volle klankkleur is gekomen, namelijk het bouwen van “een groot orgel enkel met houten pijpen”.

Slechts enkele minuten zijn we verwijderd van het wonder: “dat bomen kunnen zingen”. Straks wordt dit nieuwe orgel ingespeeld. Dank zij de kunstenaar krijgen bomen een tweede leven. Het is een kunstwerk dat het Goddelijke Mysterie uitademt. Een kunstwerk komt tot leven door het samenspel van de ziel van een mens, de kracht van de aarde en door de wind -de ruach- de adem van Gods Geest.

De wind met al z’n kracht heeft jarenlang ingebeukt op dit eikenhout waarmee dit orgel is opgebouwd. Maar nooit produceerde het zo’n klankenpalet.. Dank zij de geest- en handkracht van één mens komt dit eikenhout tot nieuw leven.

Dit is een uitzonderlijk verhaal.

En ons valt het vandaag ten deel.

Jaren van studeren, reizen, rekenen, tekenen, zagen, schaven, lijmen, zuchten, meten, weer afbreken en weer opbouwen zijn hier aan voorafgegaan.

Een volgehouden droom van hoop en steeds opnieuw herbeginnen. Deze Don Boscogemeenschap krijgt het uitzonderlijke privilege zich te laten onderdompelen in het eindresultaat: dat goddelijke samenspel van mens, natuur en cultuur. Het Kerkbestuur van de Don Boscogemeenschap heeft aanvaard er voor te zorgen dat jouw kunstwerk, Jean-Paul, in goede staat alle verzorging blijft genieten. Dank zij sponsoring kreeg deze gemeenschap van Don Bosco dit orgel als een geschenk aangeboden.

Is het niet wat uitdagend dat in een periode waarin kerken eerder aan sluiten toe zijn dan aan opbouw denken, dat in deze kerk een orgel wordt ingehuldigd? Dit maakt het voor mij helemaal duidelijk dat dit orgel symbool staat voor “geloven”. Zijn de eerste Bijbelse woordklanken niet: “in het begin was er niets”? God komt op ’n idee en Hij begint te boetseren, bouwen, schilderen, tot leven wekken…

Is in het scheppen van kunst de mens niet het mooiste beeld van God? De eerste woorden van het Johannesevangelie zijn: “in het begin wat het Woord en het Woord was bij God, en het woord was God.” Als de evangelist uitdrukt dat woordklanken zo krachtig kunnen zijn dat ze tot leven wekken, hoeveel te meer dan als die woordklanken muziekklanken worden.

Moge zij die deze kerk bezoeken, aangestoken worden door dit orgelkunstwerk om hun woorden en dromen in muziekklanken om te zetten… net als de eikenbomen waaruit dit orgel door kunstenaarshanden is geboetseerd.

In naam van de gehele Don Boscogemeenschap onze grote dank en waardering aan Jean-Paul Degreef, de bouwmeester van dit orgel en aan Willy Delsaert, voor het peterschap ervan.

Rik Devillé.